![]() |
|
||||||
|
|
|
|
|
||||||||||
|
OOSTENDE
|
Feest- en Cultuurpaleis
|
|||||||||
|
|
KLOKKENGIETER: Firma PACCARD, ANNECY (Fr.) GIETJAAR: 1964 AANTAL KLOKKEN: 49 BASKLOK: 2497 kg TOTAAL GEWICHT: 12.392,70 kg STEMMING: evenredig zwevende temperatuur TRANSPOSITIE: grote secunde omhoog TOTALE OMVANG BEIAARD: bes° -c1 -d1 chromatisch tot c5 OMVANG MANUAAL: c1 -d1 chromatisch tot c5 OMVANG PEDAAL: bes° -c1 -d1 chromatisch tot g2 KLAVIER: Noord-europese standaard (1988) INRICHTING: mechels tuimelaarsysteem en gerichte tuimelaars AUTOMATISCH SPEL: electrisch gestuurde magnetische hamers (1970) BESTURING AUTOMATISCH SPEL: speelcilinder LUIDKLOKKEN: 1 (bes°) buiten gebruik BESPELINGEN: zondag om 17.00 u . Pasen tot eind juni, september en november CONCERTEN: donderdag om 20.00 u. juli en augustus BEIAARDIER: Jean-Pierre Hautekiet |
|||||||||
|
Geschiedenis van de beiaard Inleiding De geschiedenis reconstrueren van de Oostendse beiaard valt niet makkelijk. Veel bronnenmateriaal ging, samen met de vijfde beiaard, verloren bij de oorlogsbrand die in 1940 het stedelijk archief in vlammen deed opgaan. Gelukkig was er het werk van musicoloog Edmond Vander Straeten 'Les Carillons de la ville d'Ostende' (1895). Dat Oostende vandaag de dag aan zijn zesde
beiaard toe is, mag geen verwondering baren. Deze stad-aan-zee bleef
in de voorbije eeuwen zeker niet gespaard van verwoestende stormvloeden,
vreemde legerinvasies en vernietigend oorlogsgeweld waarbij de beiaardtoren
niet zelden sneuvelde of het gebeier tot gebulder werd gesmolten en
hergoten. 1. De "Van Larebeke" beiaard Het eerste stadhuis lag ooit in de oude stad:
Oostende-ter-Streep, een langwerpig eilandje evenwijdig met de kust,
dat door diverse stormvloeden volledig van de kaart werd geveegd. Het
tweede en derde raadhuis werden aan de noordkant van de grote markt
of 'Zuudmarct' gebouwd. Dertien jaar later is de toren afgewerkt en
een paar jaar later krijgt Lievin Van Larebeke uit Gent van de stadsmagistraat
de opdracht om 28 klokken te gieten. De eerste Oostendse beiaard, in
niet geringe mate gefinancierd door de taksen die werden gelegd op de
lucratieve kapersvaart, komt er in 1653. Op de basklok die ook het uur
aangaf, staat het blazoen van Vlaanderen en de inscriptie: De halfuurklok krijgt het blazoen van Vlaanderen, van de stad Oostende en het jaartal 1653. De overige klokken worden versierd met de wapens van Vlaanderen, van de stad Oostende en het jaartal. Ze krijgen de namen van heiligen, ter ere van de schepenen en raadsleden of van de ambachten en broederschappen. Het klavier wordt vervaardigd door beiaardier Loys uit Gent en Jean Demol, een Antwerps horlogemaker, leverde de hamers. In het najaar van 1654 constateert de Brugse beiaardier Jean Claes die als expert gecontacteerd werd door het stadsbestuur, dat veertien klokken slecht gestemd zijn, dat de klokkenspijs van slechte kwaliteit is en dat ze niet harmonieus klinken. Ook de meester- beiaardiers van Antwerpen en Gent worden in dat verband geraadpleegd. Na een lang dispuut met Van Larebeke en diverse expertises en tegenexpertises roept de stad de raad in van meester François Hemony uit Amsterdam. De beiaard blijft uiteindelijk gebrekkig functioneren tot er in 1673 meerdere klokken naar beneden storten en de overige klokken ook in lamentabele toestand verkeren. In een proces-verbaal van 7 juli 1673 lezen we daarover: "Alzoo er diversche clocken van den beyaert gevallen zijn en eenige nog bedreigen te vallen tot groote prejudicie en pericle, wierd besloten te committeren d'heer burgemeester Decio om te zien wan men diens wegens best zoude doen om te bekommen eenen nieuwen beyaert voor den ouden." Amsterdam om vanuit die stad 32 nieuwe klokken
mee te brengen van hetzelfde gewicht. 2. De "Hemony" beiaard Na lang onderhandelen komt men tot een akkoord met meester Hemony, de befaamde beiaardgieter uit de Nederlanden, om een beiaard van 32 klokken te leveren voor de prijs van 2 750 gulden. Wellicht gaat het hier om een voorraadbeiaard die Pieter Hemony goot en die hij eerder al tevergeefs aan de Ter Duinenabdij in Brugge had proberen te verkopen. Guillaume Bourné, kapelmeester van de St.-Pieterskerk reist naar Amsterdam om er de nieuwe beiaard in ontvangst te nemen. In 1674 is de tweede, nu harmonieuze, beiaard voltooid. Een technische beschrijving vinden we in
'De Klokkengieters Frans en Pieter Hemony' van A. Lehr: "Oostende, Stadhuistoren:
Pieter Hemony 1671 3. De "Witlockx" beiaard In 1711 is het nieuwe stadhuis, het vijfde,
voltooid. Het stadsbestuur komt met advocaat Andreas Cobbé tot een akkoord
voor het gieten en leveren van een nieuwe beiaard. Kostprijs: 15 192
gulden. Cobbé heeft nauwe connecties met klokkengieter Guillelmus Witlockx.
Op 14 augustus 1711 belast het schepencollege kapelmeester Antoine Mouqué,
samen met kunstsmid Jean Ryckam om de 28 klokken in Antwerpen in ontvangst
te nemen. De Witlockbeiaard kan drie jaar later de
bloeiende Oostenrijkse periode (1714-1782) inluiden. Remarkabel daarin
is de oprichting van de Oostendse Compagnie in 1723. 4. De " Witlockx-Causard " beiaard " L'administration communale à l'intention
de restaurer la tour actuelle qui se trouve à la droite de notre hôtel
communal et de la surmonter d'un campanile ou elle rétablira l'ancien
carillon dont les cloches sont dispersées dans plusieurs églises ; celles-ci,
qui ne les ont reçues que temporairement, seront invitées à les restituer
" , lezen we in een lokale krant 'l'Echo d'Ostende' in september 1894.
Wellicht hebben de Witlockx beiaardklokken de Franse revolutie overleefd
maar zijn ze uitgeleend aan de verschillende Oostendse kerken die hun
eigen klokken geconfisqueerd zagen. Een zevental klokken klinken vals en worden vervangen door Adrien Causard uit Tellin. Op 17 februari 1918 worden de klokken door de Duitse bezetters opgeëist. 5. De "Slegers-Causard" beiaard In juni 1922 worden stappen ondernomen voor
het leveren van kerkklokken en het aanschaffen van een nieuwe 40-koppige
beiaard. Na lange onderhandelingen en na afstand te hebben gedaan van "oorlogschade", werd tot een openbare aanbesteding overgegaan. Die omvatte het leveren van acht luidklokken voor diverse kerken en veertig beiaardklokken met trommelspeelwerk, met een totaal gewicht van 21 994 kilo. Voor het leveren van de beiaard werden twee
inschrijvingen ingediend, door o.a. Omer Michaux voor 246 900 fr. en
door Slegers-Causard voor 235 516 fr., toegewezen aan laatstgenoemde
in de zitting van 14 april 1923. Blijkbaar komt alles voor mekaar want in
het 'Programme officiel des fêtes', gepubliceerd in 'l'Echo d'Ostende'
van 1 juli 1925, zien we dat het eerste beiaardconcert gegeven wordt
op zaterdag 4 juli om 12 uur. Er wordt geen beiaardier bij vermeld. Het hoeft geen verder betoog dat deze beiaard
over de hele lijn een mislukking was, waarbij de slecht gestemde klokken
de spits afbeten. De verdienste van de klokkengieterij Slegers-Causard
uit Tellin ligt eerder op het vlak van het groot aantal voortgebrachte
luidklokken. Zo zijn er door deze gieterij weinig beiaarden gegoten.
Over twee beiaarden kunnen we alvast concluderen dat ze allesbehalve
een streling geweest zijn voor het oor. Dit was de beiaard van Oostende
en de beiaard van Dinant. Over de beiaard van Dinant lezen we naar aanleiding
van de Duitse klokkenroof tijdens de Tweede Wereldoorlog: 6. De Paccard beiaard 28 mei 1940. Een zwaar bombardement gevolgd door een hevige brand vernielt het stadhuis en de beiaardtoren. Het stadsarchief gaat verloren. Marcel Michiels uit Doornik koopt de vernielde beiaard op om de klokkenspijs te recupereren. Hij doet het stadsbestuur zelfs het niet aangenomen voorstel om een nieuwe beiaard van 43 klokken in de Peperbusse, de toren van de St. Pieterskerk te hangen. Na een openbare aanbesteding wordt het plaatsen van de huidige beiaard in de toren van het Feest- en Cultuurpaleis toevertrouwd aan G. Castelain uit Kuurne die met zijn prijsofferte van 1 518 820 fr. zes andere inschrijvers achter zich laat. De klokken worden gegoten door de Franse firma Paccard uit Annecy. De 49 klokken worden allen op advies van Staf Nees opgehangen in de klokkenkamer en dit uit muzikale overwegingen. De klokken dragen van groot naar klein de namen van de leden van het Belgisch koningshuis, een aantal toenmalige nationale en lokale politici en hoogwaardigheidsbekleders. Ensor, Spillaert, Permeke en Declerck gaan als gerenommeerde kunstenaars Pastoor Pype - laatste in de rij - vooraf. Die moet het stellen met 9,1 kg. Koploper 'Koning Leopold I' is goed voor 2 497 kg! De beiaard wordt op 3 juli 1965 ingewijd door deken René Butaye. In 1970 levert en plaatst Clock-o-Matic uit Herent 36 elektrische, magnetische hamers met grote repetitiesnelheid op de 36 grootste klokken en een automatisch trommelspeeluurwerk. In 1988 worden de tuimelaarassen in inox geplaatst, het beiaardklavier vernieuwd en de klokkenstoel herschilderd. Beiaardiers Eerste beiaard: 1653-1674 Tweede beiaard: 1674-1706 Derde beiaard: 1711-? Vierde beiaard : 1896-1918 Vijfde beiaard : 1923-1940 Zesde beiaard : 1964-
Tekst: Jean-Pierre Hautekiet
|
||||||||||
|
terug naar algemeen overzicht patrimonium organisatie | informatie | concertkalender | publicaties | contact | home |
||||||||||