![]() |
|
||||||
|
|
|
|
|
||||||||||
|
MOL
|
Sint-Petrus- en Pauluskerk
|
|||||||||
|
|
Klokkengieters: Marcel Michiels jr. & Eijsbouts Gietjaar: 1951 - 1967 Aantal klokken: 49 Basklok: 3240kg Totaal gewicht: 16504 kg Stemming: gelijkzwevend Totale omvang: bes° - c1 (c1) - d1 - es1 ----- c5 Omvang manuaal: c1 - d1 - es1 ----- c5 Omvang pedaal: bes° - c1 (c1) - d1 - es1 ---- g2 Luidklokken: 4 (c - d - e - f) Bespelingen: op zaterdag van 15u30 tot 16u30 Concerten: op zaterdag van midden juni tot begin september Beiaardier: Carl Van Eyndhoven |
|||||||||
|
Geschiedenis van de beiaard DE SINT-PIETER & PAUWELTOREN De eerste duidelijke vermelding van een toren met een klok dateert uit 1497, alhoewel er aanwijzingen zijn over een toren in de 9de eeuw toen tijdens de regering van Karel de Grote de huidige Sint-Pieter & Pauwel parochie werd gesticht. Op Palmzondag 1494 stortte deze toren in, waarna men bijna onmiddellijk begon met de bouw van de huidige toren, in romaans-gotische stijl. De toren had ook een functie als belfort en bood o.a. in 1597 tijdens de plundertochten van de Spanjaarden, bescherming aan de inwoners van Mol. Op 25 april 1765 brandde de toren en de prachtige,
rijzige spits uit na een blikseminslag. Ook de luidklokken vielen aan
stukken en smolten gedeeltelijk. De toenmalige grondheer, graaf Isidoor
de Blois, moest de toren in zijn oorspronkelijke toestand herstellen,
doch liet op de toren slecht een lage pyramidale kap bouwen. Niettegenstaande
plannen in 1937 om de oorspronkelijke torenspits terug te bouwen, bepaalt
dit zgn. tentdak nog steeds het uitzicht van de Molse Sint-Pieter en
Pauweltoren. DE LUIDKLOKKEN In 1497 is in een verslag van een kerkvisitatie voor
het eerst sprake van een tiendeklok. Deze werd in 1585 aan stukken geslagen
en pas opnieuw gegoten in 1623 door een onbekende gieter. Tijdens de torenbrand van 1765 vielen de klokken aan stukken. Tijdens graafwerken in 1970 vond men voor het altaar van de Heilige Doorn, 24 stukken van die klokken terug. De klokscherven leveren spaarzaam informatie op: het gaat vermoedelijk om vier klokken, waarvan er één een doorsnede had van ca. 1, 5 m. Op een scherf staat 'Karoli V' op de kroonring wat deze klok situeert in de 16de eeuw. De versieringen op de kroonring zijn van Pieter Van den Gheyn of Medardus Waghevens, beiden uit Mechelen. Het is duidelijk dat de klokkenscherven begraven werden op de toenmalige plaats van het kerkhof, m.a.w. zij werden in gewijde grond begraven. In 1766 werden vier nieuwe luidklokken gegoten door
de Leuvense klokkengieter Andreas-Jozef Van den Gheyn. Het waren: Gedurende de Franse overheersing werden in 1798 de
twee kleine klokken geroofd, maar in 1802 kwamen ze, na het concordaat
met Napoleon, terug. In 1824 werd met deze twee kleine klokken de Sint-Pieterklok
gegoten door de gebroeders Gaulard, Franse gieters. Vanaf 1824 waren
er dus drie luidklokken. In 1951 kreeg Marcel Michiels de opdracht om vier
nieuwe luidklokken te gieten die ook deel zouden uitmaken van de beiaard: Deze klokken werden in 1967 herstemd door Eijsbouts. DE VOORSLAG VAN 1928 Het eerste 'beiaardje' in de toren van de Sint-Pieterskerk dateert van 1928 en was een voorslag van 10 klokjes. Het totaal gewicht bedroeg 570 kg en werd gegoten door Michiels uit Doornik. Jef Denyn was adviseur en kwam zelf naar Mol om de pinnen te versteken. Op 17 mei 1943 werd dit klokkenspel, samen met de twee luidklokken door de Duitsers weggevoerd. Het klokkenspel kwam echter na de oorlog terug uit Hamburg. In 1947 werden de klokjes terug opgehangen en speelden elk half uur. DE MICHIELSBEIAARD VAN 1951 Toen in 1947 de gerstaureerde beiaard van de Norbertijnenabdij van Postel (een deelgemeente van Mol) door Staf Nees werd ingespeeld, vatte Frans Vos het plan op om ook in de toren van de Sint-Pieter en Pauwelkerk een beiaard te hangen. Toenmalig burgemeester dr. K. Luyten en gemeentesecretaris J. Jonghmans waren snel gewonnen voor zijn voorstel, temeer omdat men de beiaard gedeeltelijk kon laten gieten van het geld dat men als terugbetaling voor oorlogsschade (m.n. de geroofde klokken) zou krijgen. Na onderhandelingen met Staf Nees werd een plan opgesteld
voor een instrument met basisklok d1 . Dit voorstel werd zo vlot aanvaard
door het gemeentebestuur dat Frans Vos er spijt van had dat men geen
zwaarder instrument had voorgesteld. Hij trok dan ook zijn stoute schoenen
aan en ging naar de burgemeester met een tweede voorstel. Deze plannen
werden door hem en Staf Nees met gunstig gevolg op de gemeenteraad verdedigd. De oude Sint-Pietersklok en de tien klokjes van de voorslag uit 1928 werden versmolten. De aankomst van de 49 klokken op 5 juli 1951 werd verstoord door het plotse overlijden van Deken Govaerts die 's middags nog verklaarde aan Frans Vos: 'Ik ben zeer gelukkig, het is één van de schoonste dagen uit mijn priesterleven'. De inhuldiging van deze beiaard vond plaats op 12 augustus 1951 door o.m. Staf Nees die voor deze gelegenheid zijn Fantasia (postludium) "O Denneboom" schreef. DE EIJSBOUTSBEIAARD VAN 1967 Na verloop van tijd waren er tal van technische problemen
aan de beiaardinrichting met als gevolg een gebrekkig functioneren van
hand- en voetspel. Uiteindelijk kon Frans Vos het gemeentebestuur ervan
overtuigen om de beiaard te restaureren, waarbij hij om kosten te besparen
zelf als adviseur zou optreden. Deze restauratie gebeurde in 1967 door
Eijsbouts. Centraal in de restauratie stond de waardering voor de klokken
van Michiels, wat o.m. betekende dat men de inrichting van de beiaard
grondig wilde vernieuwen in functie van het optimaal laten klinken van
deze klokken. Dit betekende dat men een minimaal aantal klokken zou
hergieten en dat de twee klokken die bijgegoten werden, moesten aansluiten
qua klankkleur bij de bestaande klokken. DE RENOVATIE VAN 2009 Over het klinkende resultaat van de restauratie in 1967 was men zeer tevreden, maar over de kwaliteit van de handspelinrichting stelde men al snel vragen. De toetsdruk was over het algemeen erg groot en het zgn. easy-systeem dat op de twee bovenste octaven was toegepast, maakte een accuraat spel haast onmogelijk. Daarom werd in 2009 overgegaan tot een grondige renovatie met o.m. nieuwe klepelbollen, nieuwe tractuur, de vervanging van het easy-systeem door Mechelse tuimelaars en een nieuw automatisch speelwerk (cf infra). Deze renovatie werd uitgevoerd door Eijsbouts met als adviseur Arie Abbenes. Momenteel is de beiaard terug in uitstekende toestand: een gelijkmatige, lichte toetsdruk in combinatie met een warme, sonore klank (vanwege de nieuwe klepels) inspireren de vele gastbeiaardiers die tijdens de zomerconcerten in Mol spelen. AUTOMATISCH SPEELWERK Het trommelspeelwerk van 1928 Het eerste trommelspeelwerk
bestond uit een trommel in koper met 1200 gaten (50 trommelmaten, 24
lichters). In totaal waren er tien klokken (f-g-a-bes-b-c-d-es-e-f).
Het trommelspeelwerk van 1951 Samen met de eerste beiaard
kwam er een trommelspeelwerk met verschuifbare noten bestaande uit een
trommel van omgebogen staal met een doorsnede van 1m. Hij werd gemaakt
door de firma Dom en Peeters uit Brussel. Er waren 120 maten en 70 lichters
voor 37 klokken. In totaal waren er dus 8400 pingaten. De laatste versteek
hierop gebeurde op 8 juli 1960 door Frans Vos, met als liederen: Mijne
Moedertaal, De Zilvervloot, Als de brem bloeit en Merk toch hoe sterk.
Van bandspeelwerk naar computer, van electromagnetisch
naar pneumatisch Bij de restauratie van 1967 werd een bandspeelwerk
geïnstalleerd dat eveneens op 37 klokken was aangesloten. De slecht
onderhouden relais gaven echter soms kortsluiting en het gevaar op brand
werd uiteindelijk te groot, zodat er uiteindelijk in 1984 een computerspeelwerk
van de firma Eijsbouts werd geplaatst. BEIAARDCULTUUR IN MOL In 1951 vond in Mol de opvoering plaats van het 'Doornspel',
een groots opgezet oratorium van Staf Nees voor solisten, koren, symfonisch
orkest, dansers, acteurs én beiaard. Het openluchtspektakel werd geregisseerd
door Senne Rouffaer. De partituur (piano-reductie) ligt in het torenmuseum.
Omwille van de grote logistieke en financiële eisen werd dit werk sinds
1951 niet meer uitgevoerd. Sinds 2000 geeft het Molse beiaardcomité jaarlijks een compositieopdracht wat resulteerde in boeiende werken van o.m. Frédéric Devreese (wiens Ritornella een vaste plaats in het beiaardrepertoire heeft verworven), Geert D'hollander, Jeroen D'hoe. In 2001 vond een feestelijke zitting en concert plaats n.a.v. 50 jaar Molse beiaard en in 2009 vond de najaarbijeenkomst van de VBV in Mol plaats n.a.v. de renovatie. De zomerconcerten worden trouw bijgewoond door de 'Vrienden van de beiaard', een vereniging die zich, de woorden van Rottiers indachtig, blijft inzetten voor 'hun' beiaard.
Tekst: Carl Van Eyndhoven |
||||||||||
|
terug naar algemeen overzicht patrimonium organisatie | informatie | concertkalender | publicaties | contact | home |
||||||||||