![]() |
|
||||||
|
|
|
|
|
||||||||||
|
MECHELEN
|
Sint-Romboutskathedraal
- oude beiaard |
|||||||||
|
|
Klokkengieters: A. Van Aerschodt, M. de Haze, S. Van Aerschodt, S. Waghevens, M. Michiels Jr., A. J. Vanden Gheyn, J. Dumery, A. Steylaert, J. Waghevens, P. Hemony, H. Waghevens, M. Michiels Sr., Michaux/Michiels Jr. Gietjaar: 1480, 1498, 1515, 1564, 1671, 1674, 1696, 1697, 1735, 1766, 1777, 1784, 1844, 1860, 1906, 1931, 1945, 1947, 1952 Aantal klokken: 49 Basklok: fis°, 8.884 kg of 8.146 kg of 7.924 kg, Salvator Totaal gewicht: 37.998 kg of 36.395 kg of 33.688 kg Stemming: middentoonsstemming Totale omvang klavier: fis°, as° (=c°), bes° - chrom. tot as4 Omvang manuaal: g1 - c5 amvang pedaal: bes°- g2 Luidklokken: 6 Bespelingen: geen Concerten: geen Beiaardiers: Eddy Mariën |
|||||||||
|
Geschiedenis van de beiaard
Klokken voor de oude toren Over de klokken van de oude toren zijn weinig gegevens bekend. De oudste bekende rekeningen van de stad Mechelen beginnen in 1311 en vermelden reeds een torenwachter, genaamd Henric Van Surs, die betaald wordt voor het luiden van de stormklok. Nadien volgen vermeldingen van een werkklok en een diefklok. In 1389 giet Jan Van Kerssevoort een uurklok van 2.200 ponden. De uurklok dient voor het nieuwe uurwerk in 1388 gesmeed door Jan Stoop. (Doorslaer: 1372) Verder wordt nog een jacquemart besteld bij Jan Van Lokeren en Symon Van den Winkete. Het beeld is beschilderd en verguld. Ook binnen in de kerk brengt men boven het orgel een wijzerplaat aan met uurslag en jacquemart. Van Doorslaer veronderstelt dat een onbekend aantal klokken,
gegoten in 1441, bestemd zijn voor de voorslag. Luidklokken voor de nieuwe toren Als eerste krijgt de oude grote klok, de Rombout, in 1491
een plaats in de nieuwe toren. Verder worden er luiders betaald voor
het laten klinken van de Maria, de Werkklok of Magdalena en de Libertus.
Ook wordt iemand betaald voor het "beyaerden" op twee "schellekens"
of kleinere klokjes. Een nieuwe voorslag In 1510 krijgt Vrancken Wauters de opdracht voor het vervaardigen van een nieuw torenuurwerk. Twee jaar later levert Joris Waghevens twee voorslagklokken van 623 en 462 pond. Verder wordt er nog een voorslagklok van 754 pond gegoten in 1514 door Gielis Waghevens en in 1523 een van 338 pond opnieuw door Joris Waghevens. Van Doorslaer oppert de mogelijkheid dat de nieuwe klokken wellicht aanvullingen waren bij de reeds bestaande klokken: de Yhesus, een klok uit het schepenhuis in 1480 door Hendrik Waghevens gegoten, de Michael uit 1515 van Joris Waghevens en de Maria uit 1498. Een nieuwe zware uurklok wordt in 1524 gegoten door Medardus Waghevens en krijgt de naam Carolus, dit naar aanleiding van de overwinning van keizer Karel V op Frans I, koning van Frankrijk, in de slag van Pavia. Zo zou het totale aantal klokken van voorslag op acht komen. In 1527 voltooide Wauters het uurwrk en werd in de toen gehesen. Vanaf 1528 betaalt de stad musici van de Romboutskerk voor het "regeren en zetten" van de voorslag. De eerste was Jan Bonnevoix, die in 1512 aangenomen werd als koraal en vanaf 1525 als kapelaan diens deed. Hij werd in 1545 opgevolgd door de koraalmeester Jan ven den Scrieck. De eerste beiaard Rond 1555-1556 vinden er grote werken plaats in de toren.
Het kerkbestuur laat een nieuwe klokkenstoel maken voor de klokken,
die gebruikt worden voor de erediensten. Het jaar nadien voert ook het
stadsbestuur timmerwerken uit met het oog op het ophangen van een nieuw
klokkenspel. Volgens Van Doorslaer behoorde tot deze werken ook het
vervaardigen van een beiaardklavier. In 1557-1558 wordt immers een expert
vegoed die de nieuwe "beyaert" moet komen keuren. Dit nieuwe
instrument van 18 klokken werd in 1557 vervaardigd door Jacob Waghevens.
Tien klokken werden door hemzelf nieuwgegoten. Zes oude klokken werden
hergoten en aangevuld met twee in Antwerpen gekochten klokken. De eerste beiaardiers Reeds drie jaar eerder wordt de beiaard reeds door middel
van het klavier bespeeld. Aanvankelijk gebeurt dit door Frans de Vriese,
een Mechelse klavecimbelbouwer. Het zelfde jaar nog stelt men Christoffel
Rimbout aan als eerste stadsbeiaardier. Verdere uitbreiding van de beiaard Peter II van den Ghein voegt in 1583 twee klokken toe aan de stadsbeiaard en hergiet tezelfdertijd vier kleine beiaardklokken. In 1602 wordt beiaardier Augustin de Saint-Obert betaald voor reparaties aan de pedaal van de beiaard. Dit zinnetje in de Mechelse rekenboeken is van grote historische waarde in de beiaardgeschiedenis. Hier wordt namalijk voor de eerste maal op papier melding gemaakt van het bestaan van een pedaal in het beiaardklavier. De gebarsten luidklokken Libertus en de Joseph worden in 1626 hergoten door Nicolaas Chapel. In 1637 wordt Elooi Bonnejonne als stadsbeiaardier aangesteld. Een nieuwe tijd breekt aan voor de Mechelse beiaard, want Bonnejonne zal zich onvermoeibaar inzetten voor de uitbreiding en de verbetering van het instrument. Wanner in 1638 de grote klok, de Jhesus uit 1498 barst organiseert het kapittel van Sint-Rombouts voor de herstelling een collecte in de vijf parochies van de stad. Peter IV van den Ghein en Peter de Clerck hergieten de kloken die voortaan Salvator heet en 15.222 pond weegt. In het zelfde jaar wordt door dezelfde gieters een gelijknamige iets lichtere klok van 6.645 kg gegoten voor de Sint-Michielskathedraal te Brussel. Deze schitterende klok kan aldaar nog steeds bewonderd en beluisterd worden In 1644 wordt de beiaard van de Romboutstoren uitgebreid
met acht nieuwe beiaardklokken door Peter IV van den Ghein gegoten.
Vier jaar later geeft Théodore de Sany, stadsbeiaardier van Brussel,
in zijn versteekboek een beschrijving van het automatisch spel van de
Mechelse beiaard en vermeldt dat die 26 klokken telt: Vervolgens somt Sany het aantal klokken en hus respectievelijke
toonhoogte op: Merkwaardig genoeg begint de Sany de reeks met een a-klok.
Hoe kan men dit verklaren? Was de Sany misschien verkeerd ingelicht
of kan er een oplossing voor dit probleem gevonden worden? Met een beiaard van 26 klokken stond Mechelen toen op de
vijfde plaats gerangschikt na het belfort van Brussel, Sint-Pieter te
Leuven, Onze-Lieve-Vrouw te Antwerpen, Sint-Jacob te Antwerpen en het
belforrt van Gent. Winnaar van de wedstrijd was duidelijk Brussel met
een instrument van 38 klokken. De tweede beiaard Tijdens de voorbereidingen van de jubileumsfeesten in 1680
van Sint-Rombouts, patroon van de stad, pleit beiaardier Elooi Bonjonne
bij het stadsbestuur voor het aanschaffen van een gloednieuw instrument.
De aartsbisschoppelijke stad Mechelen kan toch niet onderdoen voor zovele
andere steden in de Nederlanden, die reeds over een schitterend instrument
beschikken van de gebroeders Hemony. Dus wordt er contact genomen met
Pieter Hemony, toen stadsklokken- en geschutsgieter van Amsterdam en
dit in opvolging van zijn overleden broer François.In zijn atelier
staat een complete beiaard, gegoten in 1674, nog op een koper te wachten.
Het is een instrument op basis van as1 (1.140 pond) en een totaal gewicht
van 7.000 pond. Om de kosten wat te drukken wordt een deel van de oude
beiaard verkocht aan de kerk van Onze-Lieve-Vrouw-van-de-Dijle. Uiteindelijk
levert Hemony 33 klokken, die aangevuld worden met 11 grote klokken
uit de oude beiaard als basoctaaf. Zo wordt een schitterend instrument
bekomen van 44 klokken. De klokken komen op 3 mei 1679 per schip uit
Amsterdam. Er wordt een nieuw klavier gebouwd en men construeert nieuwe
tuimelaars en klepels. De trommel uit 1560 wordt aangepast aan het nieuwe
aantal klokken en ook hier worden nieuwe tuimelaars geplaatst. Alle
werken gebeuren onder toezicht van beiaardier Elooi Bonjonne. Het nieuwe
instrument klink voor de eerst maal over Mechelen op 17 januari 1680
op het feest van Sint-Antonius-Abt. In 1733 is de trommel na bijna twee eeuwen dienst volledig versleten. Er wordt in de stadshalle een volledig nieuwe trommel gegoten door Alixis Julien, een Franse klokgieter gevestigd te Lier. Jan de Hondt, uurwerkmaker uit Antwerpen zorgt voor de constructie, alle smeedwerk en levert ijzeren klavieren, hamers en tuimelaars. Het boren en vijlen van de 16.200 vierkante gaten in de trommel neemt twee jaar in beslag. Vandaag bevat de trommel, met een doorsnede van 1,547 meter, 90 gaten horizontaal en 180 in de omtrek. In 1734 giet Joris Dumery de baldakijnpilaren in messing. Door moeilijkheden tijdens de werken komt de voltooing pas in 1736. Tijdens de 18e eeuw gebeurt er een hergieting van een klein
aantal klokken door Joris Dumery (1735 klok 9) en door Andreas Joseph
Van den Gheyn (1766 Libertus, 1777 klok 7, 1784 klok 15). Wanneer de
Libertus in 1766 hergoten wordt, stemt Van den Gheyn ook de Joseph een
halve toon omlaag tot klaviertoon sol, want deze toon ontbrak toen in
de beiaard. Tijdens de 19e en 20e eeuw Op zondag 27 april 1828 onstaat er een barst in de Salvator tijdens het luiden voor de mis van negen uur. Een jaar later probeert klokkenlapper Constantinus Tollenaer uit Avelgem vergeeft de barst te herstellen. Na heel wat getalm beslist het stadsbestuur uiteindelijk dat de klok hergoten zal worden. Dit gebeurt door de amper 30 jaar oude gieter Andreas Lodewijk van Aerschodt uit Leuven, kleinzoon van de laatste Van den Gheyn. De plechtige wijding van de klok gebeurt niet zoals gewoonlijk in de kerk maar op de grote markt van Mechelen. Tijdens de 19e eeuw blijft het aantal gietingen verder beperkt
tot twee: in 1861 hergieting van Rombout door Sévérin
Van Aerschodt en in 1873 het gieten van de 8ste klok (klaviertoon sol#)
door Andreas Van Aerschodt. Deze laatste klok vult de leemte op, ontstaan
in 1766 door het omlaag stemmen van de Joseph. Onder het beiaardschap van Adolf en Jef Denyn worden belangrijke verbeteringen aangebracht aan de inrichting van de beiaard. Achter de klepels van de kleinere klokken worden regelbare spiraalveren geplaatst zodat de repetitie van de aanslagen geoptimaliseerd wordt. Om de zijdelinkse slingering van de klepels te verhinderen worden ze onderling aan elkaar verbonden. Door deze ingrepen kan de beiaardier de klepels optimaal beheersen en wordt een expressief en virtuoos spel technisch haalbaar. Bij zijn activiteiten als beiaardadviseur zal Jef Denyn altijd refereren aan de beiaard van Sint-Rombouts als toonbeeld hoe het moet. Wanneer hij dan nog eens het Mechelse beiaardklavier gaat kopiëren op de andere torens onstaat de eerste klavierstandaard in de beiaardsgeschiedeis. Ook de klavierkamer ondergaat een kleine metamorfose. De wanden en zelfs de pijlers van het klavier worden, ter inspiratie van de beiaardier, volgehangen met illustraties, prenten en foto's. Na 1900 worden regelmatig en vaak tevergeefs pogingen ondernomen om de onzuiverheden in de klokken weg te werken. Marcel Michiels Sr. hergiet in 1906 klok 17, 39 en 40. Zes jaar later gebeurt hetzelfde met klok 18, ditmaal door Felix Van Aerschodt. In 1922 wordt ze reeds hergoten dor Marcel Michiels Sr. Maar ook deze gieting is niet geslaagd, want in 1931 wordt ze door Marcel Michiels Jr. hergoten. In hetzelfde jaar giet hij ook klok n°46. Daar de juistheid van de 8e klok uit 1873 veel te wensen
overlaat -Denyn noemde ze de "schandklok"- bekomt hij dat
deze klok naar aanleiding van zijn jubileum in 1922 door Marcel Michiels
Sr. hergoten wordt. Voortaan draagt ze zijn naam. Uiteindelijk wordt
ook deze in 1952 door Marcel Michiels Jr. hergoten omwille van de slechte
klank. In 1945 komt er een nieuw klavier "door de Mechelse
bevolking bij zijn zilveren jubileum als beiaardier den heer Staf Nees
aangeboden". Het oude klavier van Denyn krijgt later een plaats
in het beiaardmuseum. Twee jaar later wordt de Sint-Jan Berchmans of
Bevrijdingsklok (slagtoon do) door Marcel Michiels Jr. gegoten en komt
als klaviertoon mi in de beiaard. Om te beschikken over een es in het
pedaal wordt de Maria uit 1498 een halve toon omlaag gestemd. Bij het
ophijsen van deze klok breekt een kabel en de middeleeuwse klok valt,
gelukkig zonder schade, twintig meter naar omlaag in de toren. Stadsbeiaardiers Zie 'Sint-Romboutskathedraal - nieuwe beiaard'
Tekst: Koen Cosaert
|
||||||||||
|
terug naar algemeen overzicht patrimonium organisatie | informatie | concertkalender | publicaties | contact | home |
||||||||||