![]() |
|
||||||
|
|
|
|
|
||||||||||
|
GERAARDSBERGEN
|
Sint-Bartholomeuskerk
|
|||||||||
|
|
Klokkengieters: 1 Yan Vrane (1428); 2 Joannes
Grognart (1588); 2 Thomas Tordeur (1601); 1 Jan Tordeur (1637); 2 anonieme
(1652); 3 anonieme (1730); 2 Joris Dumery (1750, 1762); 1 Andreas Jozephus
& Andreas Ludovicus van den Gheyn (1779); 5 Marcel Michiels Jr. (1939);
3 anonieme z.j.; 26 Eijsbouts: 11 (1981), 3 (2000), 5 (2002), 4 (2003)
Aantal klokken: 49 Basklok: cis1 = 1645 kg Totaal klokkengewicht: 7.812 kg Transpositie: kleine terts omhoog (klaviertoon c1 = slagtoon es1) Stemming: welgetemperd, herstemming 1981 Totale omvang klavier: bes0 tot c4 (bes0 - c1 - d1 - chrom - c4) Omvang manuaal: bes0 - c4 Omvang pedaal: bes0 - g2 Klavier: Noord-Europese standaard, Eijsbouts, 1981 Inrichting: Mechels tuimelaarsysteem Automatisch speelwerk: Cariomat 1986 |
|||||||||
|
Geschiedenis van de beiaard van Geraardsbergen 15e eeuw De kerk van Onze-Lieve-Vrouw-ter-Markt, pas in de 16de eeuw Sint-Bartholomeuskerk genoemd, bezat reeds in 1454 een uurwerk met enkele klokken. De oudst bewaarde klok van de Sint-Bartholomeuskerk is de Mariaklok, gegoten in 1428. Het gotische opschrift luidt: "+ maria es mien name miin nut sii gode bequame - yan Vrane maectte mii te Bruesele so woent hii m cccc xxviii". Op de flank van de klok staat in grote letters "Van Goes", reden waarom sommige bronnen de gieter deze naam toeschrijven.
In het begin van de 16de eeuw werd in de verruimde kerk ook het aantal klokken uitgebreid, met bewegende beelden van Adam en Eva en Kaïn en Abel.1 In de huidige beiaard hangen nog twee klokken van 1588 (e2-gis2). Op de e2-klok staat "+ Me fecit Mr ioannes grongnat : in vsvm eclesiae gerardimontis 1588". Op de andere klok staat het jaar 1588; de bovenversiering is identiek en men mag dus veronderstellen dat ze ook door Grongnart uit Mons gegoten werd.
Verder zijn een aantal klokken gegoten door de familie Tordeur uit Nijvel. De twee oudste Tordeurklokken (c2-d2) werden gegoten in 1601 door Thomas Tordeur. In 1631 werd een klok aangekocht, vermoedelijk de Sint-Bartholomeusklok, die 3.300 pond woog. Zijn zoon Jan I goot in 1637 de Petrus en Paulusklok (dis1). Er zijn nog twee klokken van 1652, maar de gieter is onbekend. Volgens Rottiers waren ze ook van Tordeur.2
In 1730 werd de beiaard uitgebreid met acht klokken van Antoine
Bernard, ter plaatse gegoten. Er werd 200 pond klokkenspijs aangekocht
uit Brussel.3 Ook het uurwerk en het automatisch speelwerk werden aangepakt
door J.J. Anvion, horlogemaker uit Soignies. In 1731 goot Bernard nog
één extra klokje,4 dat in 2000 werd vervangen door Eijsbouts. Eerder,
in 1728, had ene Drouot enkele beiaardklokken gegoten voor de stad.
Waarschijnlijk gaat het hier om Antoine Drouot, een streekgenoot van
Bernard uit de Haute-Marne in Frankrijk.5 Er werd een sponsorlijst opgesteld
waarop men kon intekenen. Pieter Schepers, beiaardier van Gent, zorgde
voor "het accorderen van onsen nieuwen baijaert" oftewel de aansluiting
aan het klavier.6 Dumery goot minstens twee klokken voor Geraardsbergen,
één in 1750 en één in 1762.
In 1820 goot De Moor één klok, die in 2002 vervangen werd.
In 1939 hergoot Marcel Michiels uit Doornik 12 klokken, waarvan
er na de huidige restauratie nog maar vijf overschieten. In 1952 schreef
Jef Rottiers:8 "De beiaardier, die zijn arbeid een verdieping lager
te verrichten heeft, kan er de klokkenklank niet in voldoende mate waarnemen,
wat voor een goede prestatie weinig bevorderlijk is. […] Het uitstekend
klavier wordt al te weinig aangesproken. Wellicht zou zulks niet het
geval zijn moest de klankzuiverheid van deze beiaard meer voldoening
schenken." Op 15 maart 1954 barstte de "Adrianus" van Jan Tordeur uit
1637 tijdens het luiden. Ze werd hergoten door Georges Slegers uit Tellin
in 1956, en woog na hergieting 750 kg i.p.v. 800 kg.
In 2000 barstten twee anonieme klokjes (dis4 en e4), en het enige Bernardklokje uit 1731 (f4). Ze werden vervangen door Eijsboutsklokjes. Dit vormde de aanzet tot het vervangen van het hele derde octaaf. Volgende historische klokken werden vervangen: een Bernardklok uit 1730, een Dumeryklok uit 1750, een De Moorklok uit 1820, zes Michielsklokken uit 1939, een François Sergeysklok uit 1964, en vier anonieme klokjes zonder jaartal. De vervangen klokken zullen in een museum terechtkomen. De inhuldiging van de beiaard vond plaats op 26 oktober jl.
Dit is het eerste artikel waarin grondig ingegaan wordt op
de geschiedenis van de beiaard van Geraardsbergen, met belangrijke ontdekkingen:
Antoine Bernard als klokgieter van de anonieme klokken uit 1730-1731,
en de beiaardiers Philip en Jan Sper uit de 18de eeuw. Toch zijn er
nog veel leemtes op te vullen, omdat van sommige cruciale jaartallen
de jaarrekeningen niet bewaard zijn. De beiaard van Geraardsbergen heeft
haar grote bloeiperiode in de 17de en 18de eeuw gekend, zoals de meeste
historische beiaarden. In de 20ste eeuw werd de beiaard stiefmoederlijk
behandeld, en zonder initiatief van Adam Verschaffel zou dit nog steeds
een feit zijn. Tot op de dag van vandaag is er geen stadsbeiaardier
ingeschreven in de personeelsdienst van de stad. Wel fungeert Aimé Lombaert
sinds 1991 als stadsbeiaardier van Geeraardsbergen.
Op 16 juni 1990 organiseerde het beiaardcomité van Geeraardsbergen een interpretatiewedstrijd voor beiaardiers, genaamd "De zilveren klepel" die tweejaarlijks zou plaatsvinden. Het bleef echter bij een eenmalige wedstrijd.
Tekst: Liesbeth Janssens
|
||||||||||
|
terug naar algemeen overzicht patrimonium organisatie | informatie | concertkalender | publicaties | contact | home |
||||||||||