![]() |
|
||||||
|
|
|
|
|
||||||||||
|
GENT
|
Belfort
|
|||||||||
|
|
Klokkengieters: 24 Pieter Hemony: 13 (1659), 3 (1660), 8
(1661, Baudelo) 1 Jan Pauwels (1713); 1 Joris Dumery (1749) 28 Eijsbouts:
26 (1981), 1 (1983), 1 (1993) |
|||||||||
|
Geschiedenis van de beiaard van Gent De eerste stadsklokken: 11de eeuw De geschiedenis van de burgerlijke klokken in Gent begint volgens historicus d'Oudegherst ten laatste in 1047, wanneer graaf Boudewijn V aan de Gentse poorters het privilege verleende van de juridische klok.1 Het was de klinkende erkenning van een eigen rechtsmacht. Deze banklok (bannum betekent officiële bekendmaking) hing van de 11de tot de 14de eeuw in de toren van de Sint-Niklaaskerk, het eerste belfort van Gent waarin zich eveneens de werkklok bevond.
De Gulden Sporenslag betekende ook de val van de Leliaertsgezinde schepenbank van Gent. De overwinnaars - de Klauwaerts - liggen aan de basis van de bouw van het tweede en huidige belfort. Hun nieuwe stormklok 'die gheheeten es Roelant' werd in 1314 gegoten door Jan van Ludeke en Jan van Roosbeke. In 1325, toen de bouw gevorderd was ter hoogte van de luidklokkenkamer, verhuisde Roeland van de Sint-Niklaaskerk naar het belfort. In 1376 werd de campanile voltooid en installeerden de gebroeders van Akerne een houten speeltrommel. Daniël de Leenknecht, voorzitter van de Gentse bronsgieters en reizend klokkengieter, was plausibel ook de gieter van deze voorslag. Die bestond uit tien voorslagklokjes.2 In 1442 kwam de Sint-Pietersabdij in financiële problemen en verkocht abt Filips Conrault I de 3 ton zware Bertholf (b0) aan de Gentse Schepenen als werkklok. Het zelfde jaar maakten de torenwachters de overstap van de Sint-Niklaaskerk naar het huidige belfort. In 1486 goot Simon Waghevens de justitieklok Filips.
Jacob Waghevens kreeg in 1543 de opdracht om de oude voorslag te hergieten die 'wesen sal van XIIII clockskens, en 2 semi toonen van goeder fyne stoffe, sulcks als daer toebehoort, ende van clare ende perfecte toonen, wel gheproportioneert, oom alerande liedekins daer ippe te spelene'. Hij gebruikte de klokkenspijs van de oude klokken uit 1376 'omme dezelve daer inne te voeghene'. De klokken wogen samen 9.625 pond, en vormden twee diatonische octaven met sib in elk octaaf. Ze werden in 1544 aangevuld tot 17 klokken. Stadshorlogemeester Victor Nelis deed de versteek van de nieuwe speeltrommel. In 1548 kocht de stad zijn versteekboek 'inhaudende de jabulature van diveersche liedekins in discante ende musike ghestelt omme te speelne up de nieuwen voirslach. Dit boek is helaas verloren gegaan. Wel bezit het stadsarchief de Gentse versteekboeken vanaf de 17de eeuw tot vandaag.
In 1552 installeerde Victor Nelis het eerste klavier m.m.v. Christophe Ruckers (klavier- en orgelbouwer). Het bovenste octaaf kreeg ook een fis, wat de beiaard op 18 klokken bracht. De stad 'was vol vreugden in alder manieren' wanneer op 1 mei 1553 de benoeming van de beiaardier in voege ging en organist-beiaardier Jacob van Hoelbeke (Hoolbeke) zijn eerste officiële bespeling gaf. Hij moest elke zon- en feestdag spelen van 12 tot 13u. In 1560 kwam de stad onder streng Calvinistisch regime, dat wou afrekenen met het even absolutistisch katholiek regime van Karel V. De Calvinisten hadden het echter niet voor de muziek, die de weg versperde naar God. Zelfs psouterliedekens (contrafacten) konden niet op de beiaard, omdat ze 'seer onstichteliyck en God betert, seer ghemeen waren, gemaect op lichtvaerdighe voysen ende andere wulpscheden', aldus de Calvinistische Gentse griffier, dichter en schilder Lucas D'Heere3. Bovendien hadden ze het helemaal niet begrepen op 'Antichrist bellen', die ze een 'superstitieus en papistisch misbruik' vonden. De 'Pacificatie van Gent' van Willem van Oranje bracht geen verandering in het vlijmscherp dictatoriaal beleid. Op korte tijd werd het luidklokkenpatrimonium van de stad bijna gedecimeerd.
De scheiding van de Nederlanden die in 1585 tot stand kwam,
was ook muzikaal hoorbaar. Om en bij de 30.000 Gentenaren, voornamelijk
Calvinisten, vertrokken tussen 1585 en 1587 naar het noorden, en met
hen verdween het liedrepertoire van de 'welstichtelijke (psalm)liedekens
op de voyse van Clément Marots Psalmen'. In de Zuidelijke Nederlanden
werd 'Den boeck vanden voorslahc van Ghendt' (1681) van campanoloog-organist
Phillipus Wyckaert (1620-1694) het muzikale spiegelbeeld van het vervolg
van de dogmatische strijd tussen protestanten en katholieken.4 Liederen
als 'Marten Luther is in d'Hell', Marialiederen, kerst-liederen, sacramentsliederen,
Grego-riaans 'om de ketters te bekeren' (Eysackers), en tal van volksliedekens
en luchtige dansen kenmerken het gedachtegoed van de Contrareformatie.
Wyckaert noteerde af en toe de mening van het publiek naast zijn versteekpartituren,
zoals 'placuit multum, fuit grata' (het behaagde velen, men vond het
bevallig), 'Dit is de Beste Pavane die in desen Boeck ist' enz.
De beiaard werd in 1713 uitgebreid met een cis1 klok (herdenking
Vrede van Utrecht, Karel VI) gegoten door de Gentse gieter Jan Pauwels
bij contract van 25 september 1713. Deze klok kreeg ook de functie van
werkklok in opvolging van de derde triomfante, Bertholf, die alleen
nog verder fungeerde als beiaardklok. In 1725 werd de a3-klok hergoten
door Andreas vanden Gheyn. In 1749 verving Joris Dumery de c4-klok en
goot hij de es1-klok 'tot volmaeckinge van het clockspel'. De beiaard
bezat toen 42 klokken met een gezamenlijk gewicht van ca 30 ton.
Andreas Lodewijk Van Aerschodt-vanden Gheyn verving in 1838 nog een bes3-klokje. In 1839 hing de stoel van de speeltrommel uit elkaar. Gemeente-raadsleden oordeelden zelfs dat het 'nutteloze' belfort beter afgebroken kon worden om de straat te verbreden voor het verkeer. Gelukkig kwam het niet zover. In 1853 werd een nieuwe ijzeren klokkentoren gebouwd. In 1855 kreeg stadsuurwerkmaker Charles Nolet de opdracht om de stoel van de speeltrommel te hergieten. Daarop schreef Karel Miry, toondichter van de Vlaamse Leeuw, in zijn brief van 30 maart 1855 aan het schepencollege: 'J'ai jugé, que le choix de ces airs [van het trommelspeelwerk], doit être fondé sur les distinctions suivantes: ... que les airs composés de compatriotes et qui excitent la nationalité et l'amour de la patrie méritent une préférence marquée'. In zijn keuze verdedigde hij De Vlaemsche Leeuw op het speelwerk met 'Je me suis permis de porter ce chant sur la liste, encouragé par l'accueil favorable que cet oeuvre a obtenu de mes compatriotes et la Belgique entière'. In 1860 goot Severinus Van Aerschodt een cis4.
In 1912 werd de ijzeren campanile verbouwd in zijn huidige
stenen vorm door architect Vaerwijck met openingen van nauwelijks 15%
van het muuroppervlak (vgl. Utrecht: 70%). Jef Denyn waarschuwde voor
de akoestische en muzikale gevolgen van een te gesloten toren in een
brief aan het College van Gent, maar de werken waren reeds gestart om
klaar te kunnen zijn tegen de Wereldtentoonstelling van 1913.
Na de beiaardrestauratie van 1982 werden gedurende een tiental jaar speciale openings- of slotconcerten gegeven waarbij gebruik gemaakt werd van jachthoorns afgewisseld met massakoor en/of samenzang, dansgroep, inleidende lezingen, videoscherm, Thebaans kwartet, vierhandig beiaardspel, ... Op zaterdag 7 juli 1990 vond in Gent een Internationaal Beiaardcolloquium plaats in het kader van het post-congres na het BWF-congres te Zutphen. Onderwerp van de lezingen waren de Gentse beiaardcultuur, het 17de eeuws Gents versteekboek van Wyckaert en het Brussels versteekboek van de Sany, en het bewerken van pianomuziek voor beiaard. De lezingen vonden plaats in het congresgebouw van Gent met simultane vertaling in de officiële BWF-talen.
De speeltrommel werd in 1659 gegoten door Pieter Hemony. Hij weegt 4.210 pond. Uurwerkmaker Nicolas Van Royen uit Turnhout draaide de speelton af en voorzag ze van 17.500 toongaten. In 1660 werkte organist-campanoloog pater Wyckaert een systeem van nootjes uit dat zestiende noten, triolen en oneven maatsoorten mogelijk maakte.8 Omstreeks halverwege de 19de eeuw verkeerde de trommelstoel in slechte staat, en in 1855 werd hij hergoten door de stadshorlogemeester, Charles Nolet. De koperen (messing) trommel heeft een omtrek van 5,65 m en is 1,80 m hoog. Hij heeft 80 cirkelbanen waarboven een lichterbed is gemonteerd met 79 lichters voor de hamers en een lichter voor de pal die de trommel vastklemt. De omwentelingstijd van de 220 trommelmaten bedraagt 4'20''. Hij wordt elektrisch aangedreven.
Muziekhandschriften
1553-1558 Pieter Jacob van Hoelbeke Voor nog meer informatie: zie "Van klok tot beiaard.
Met 'Clocke Roeland' in de hoofdrol", uitg. Mens & Cultuur, Gent,
2003.
|
||||||||||
|
terug naar algemeen overzicht patrimonium organisatie | informatie | concertkalender | publicaties | contact | home |
||||||||||