|
|
Klokkengieter: Koninklijke Eijsbouts, 1958 (1),
1967 (4), 1975 (44)
Aantal klokken: 49
Basklok: bes0 = 3164 kg
Totaal gewicht: 15.797 kg
Transpositie: niet-transp. (klaviertoon c1 = slagtoon c1)
Totale omvang klavier: bes0 - c1- d1- chrom.-c5
Omvang manuaal: g1 - c5 (3,5 octaven)
Omvang pedaal: bes0-g2 (anderhalf octaaf)
Klavier: Eijsbouts, 1975
Automatisch spel: Eijsbouts, computersturing (1995)
Luidklokken: 7 luidklokken (1, 2, 3, 5, 6, 8, 10) maken deel uit van de
beiaard
|
Geschiedenis van de beiaard
De kerk was eerst gewijd aan de patroonheilige
Sint-Michiel, maar later werden de relieken van Sint-Goedele overgebracht
naar de Sint-Michielskerk zodat de kerk een dubbele patroonsheilige
kreeg. Het oudste document dat deze kerk vermeldt, dateert uit 1047.
De huidige kathedraal werd begonnen op de overblijfselen van dit gebouw
in 1226, en werd pas na meer dan 2 eeuwen voltooid met de Zuidertoren
(1451) en de Noordertoren (ca. 1475).
Er zijn bitter weinig archiefstukken uit de
15de en 16de eeuw die melding maken van een beiaard. Men kan vermoeden
dat in 1534 er een handbespeelde beiaard was, aangezien er toen meer
dan 10 klokken zouden geweest zijn waaronder twee van Simon Waghevens
(Gudila, 1485; Benedictus, 1486) één van Thierry Guldenborch (1532)
twee van Medardus Waghevens (Gabriël en Medardus, 1534) en andere onbekende.
Uit de verdere 16de eeuw is er slechts één document specifiek over beiaard:
een ordonnantie uit 1573 die aanstipt dat de beiaard slechts mag benut
worden bij speciale feesten. Hier kan men stellen dat het om het bespelen
van de beiaard gaat, want anno 1573 was dit al lang geen nieuwigheid
meer in de Nederlanden.
Tijdens de beeldenstorm (1579-81) werden verscheidene klokken beschadigd
en weggehaald, maar minstens 4 beiaardklokken bleven behouden: Gudila,
Benedictus, Gabriël en Medardus.
Uitbreiding tot 2 octaven
Rond 1600 werd de beiaard opnieuw aangevuld
en uitgebreid tot twee octaven, waarvan het merendeel van Jan Grognaert
(Bergen) en Thomas Tordeur (Nijvel) (1606). Uit 1606 en 1608 dateren
de eerste versteken, gemaakt door Antoine Allard (1606), Jeronimus Livens
(1606) en Jan de Sany (1608).
In 1648 vroeg de beiaardier om verdere uitbreiding van de beiaard. In
1652 werden drie nieuwe klokken geleverd door Anthoen Reynault. In 1664
hergoot Lambert Borgherijnck de Gabriëlklok en in 1693 hergoot Daems
(Leuven) een kleine klok.
Uitbreiding tot 3,5 octaven
Tijdens de achttiende eeuw kende de beiaard
van Sint-Goedele zijn grootste uitbreiding onder impuls van Jan Bernard
Vanden Boom, kanunnik en cantor, een groot muziekliefhebber en mecenas
die concerten, muziekpartituren en instrumen-ten bekostigde voor Sint-Goedele.
De beiaard werd grotendeels gegoten door de Leuvense klokkengieter Andreas
Jozef Van den Gheyn tijdens de periode 1762-1767. De achttien klokken
die werden toegevoegd in april 1762, werden alle gesponsord door kanunnik
Vanden Boom. Het middelste octaaf werd hergoten, en het laagste octaaf
werd aangevuld en aangepast. De omvang was nu: c1 - d1 - e1 - f - chromatisch
- f4. Alle woensdagen moest er beiaard gespeeld worden "voor de misse
van Sinte Sebastiaen". Nog geen dertig jaar later, in 1793, werd hij
onder leiding van Napoleon weggehaald en omgesmolten. Enkel de luidklokken
mochten blijven hangen. Tot zover was de beiaard steeds eigendom van
de kerk geweest. De stadsbeiaard was immers in de Sint-Niklaaskerk gevestigd
(tot 1714).
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden volgende
luidklokken opgeëist: Maria (1773), Gudula (hergoten in 1818) en Michael
(hergoten in 1818). De Duitse klokkenlijst maakte ook melding van een
anonieme klok 'Roelant' uit 1731 die in Sint-Goedele als luidklok mocht
blijven hangen. Geen enkele andere bron vermeldt deze.
Hoewel Staf Nees al in 1948 en nogmaals in 1954 ontwerpen maakte voor
een nieuwe beiaard, werd de eerste nieuwe klok pas gegoten in 1958,
de volgende 4 in 1967, en het duurde tot 1975 voor er een nieuwe beiaard
kwam van 49 klokken, gegoten door Eijsbouts, in eigendom van de stad.
Speeltrommel De oudste verwijzing naar een automatisch klokkenspel dateert
van 1492-93, toen Jan Van Heerne belast werd de klokken te versien ende
aan een windeken te stellen om te beyaerden. Toen de beiaard in 1606
uitgebreid werd naar 2 octaven, lijkt het logisch dat er ook een nieuwe
speeltrommel werd vervaar-digd. Documenten hieromtrent bestaan echter
niet, buiten de vermelding van het versteken van melodieën in 1606 en
1608 (zie "beiaardiers"). Bij de uitbreiding van de beiaard door Andreas
Jozef Van den Gheyn, noteerde rentmeester Finet van de kerkfabriek dat
meester groffsmedt Niklaas Tiry van april tot 10 mei 1762 aan de clepels,
tuymelaers, haemers, stelen ende treckers werkte. Verder specifieert
hij dat de trommel uit 5.586 gaten bestond en 49 klavieren omvatte en
114 maten.
In 1793 werd deze samen met de klokken op bevel van Napoleon uit de
toren verwijderd.
In 1975 werd een automatisch spel met magneetband geïnstalleerd dat
het begaf tegen 1992. Momenteel heeft de beiaard een computergestuurd
automatisch spel geïnstalleerd door Eijsbouts dat elk kwartier speelt.
Er is helaas over geen enkele beiaardier met
zekerheid te zeggen hoeveel jaar hij in dienst was. De weinige beschikbare
tijdsdocumenten geven slechts een hint:
· 1606: Antoine Allard versteekt een liedeken
· 1606: Jeronimus Livens bewerkt 'Den lustelijcken May"
· 1608: Jan de Sany versteekt diverse 'liedekens' en een bewerking van
het 'Tantum Ergo' (beiaardier van de Sint-Niklaaskerk)
· 1662: Guilliam Nijs ondertekent een document met 'beijaerder'
· 1666: Paul Nijs versteekt 'Veni Creator Spiritus' (beiaardier van
de Sint-Niklaaskerk)
· 1762: beiaardier Reindre
· 1777: klokluider en/of beiaardier Mathias de Parck7
· 1981-2000: Paula Van de Wiele .
Tekst: Liesbeth Janssens
|