|
|
KLokkengieter: Koninklijke Eijsbouts
Gietjaar: 1985 (9), 1988 (28)
Aantal klokken: 37
Basklok: c2 = 254 kg
Totaal gewicht: 1.353 kg
Transpositie: 1 octaaf omhoog transponerend
Totale omvang klavier: (3 oct.) c1 - d1 - e - f - chrom. - c5
Omvang manuaal: c1 - d5 (3 octaven)
Omvang pedaal: c1 - g2 (anderhalf octaaf)
Klavier: Clock-o-matic, 1988
Automatisch spel: Clock-o-matic, computersturing (1988), speelt elk uur
|
Geschiedenis
van de beiaard
Het gebouw
De architect van het "Huis van de parlementsleden"
heet toevallig H. Beyaert. Het gebouw werd herbouwd tussen 1883 en 1886
na een brand in 1883. Eerst werd het gebruikt door de Nationale Maatschappij
van de Belgische Spoorwegen tot het in 1988 ingericht werd als kantoor-,
vergader- en ontspanningsruimte voor de leden van het Belgische parlement.
In het gebouw is de Vlaamse Raad gevestigd.
Oorspronkelijk maakte de Commissie voor de Parlementaire
gebouwen voor het eerst plannen in 1984 voor het plaatsen van een
klokkenspel van 9 klokjes. Deze werden gegoten in 1985. In 1987 werd
Jos D'hollander gevraagd een Parlementshymne te schrijven voor het
klokkenspel. Hij kon de toenmalige voorzitter van de Raad der Quaestoren
van het Parlement, Stan De Clercq, overtuigen dat deze opdracht slechts
volwaardig kon vervuld worden indien hij minimum over een twee-octaafs
klokkenspel kon beschikken, maar bij voorkeur een drie-octaafs. Hij
diende een voorstel in om een zichtbaar klokkenspel van 37 klokken
met cabine te monteren op het plat dak van het Huis van de Parlementsleden.
Hoewel hij wel het initiatief kon doordrukken, kon hij geen adviseur
zijn. De dispositie van het klavier werd doorgeschoven naar de voorzitter
van de Belgische Beiaardiersgilde, Noël Reynders, die plichtsbewust
de maten van het boekje doorspeelde: c-pedaal onder fis-manuaal.
Van weinig naar niets
Tegen het einde van augustus 1988 was de beiaard klaar
en stelde Jos D'hollander twee wekelijkse bespelingen voor, naast
het spelen op feestdagen, zowel de nationale als Vlaamse en Waalse.
Er kwamen nooit wekelijkse bespelingen. Sporadisch werd een concert
gegeven door Jos D'hollander, zoals op de eedaflegging van Koning
Albert II op 9 augustus 1993, en de Opening van het Parlementair Jaar
op 12 oktober 1993. Aangezien de beiaard "beheerd" wordt
door de quastuur van de Senaat, waarvan de voorzitter elke vier jaar
verandert, nu een Vlaamse dan weer Waalse, vraagt het kunst- en vliegwerk
om een continuïteit in beiaardinteresse op te bouwen. Van "return
of investment" is hier allerminst sprake !
Bovendien zou de beiaard ook voor storing zorgen van de zendapparatuur
in het nabijgelegen hoofdkwartier van de rijkswacht. Nu is dit onmogelijk
bij handmatig spelen, maar het automatisch spel mag wèl elk
uur zijn gang gaan. Logica van de bureaucratie...
En zo wacht de Parlementsbeiaard sinds haar ontstaan op betere tijden.
|