![]() |
|
||||||
|
|
|
|
BEIAARDCOMPONISTEN - Werner Van Cleemput |
||
|
Korte biografie Werner Van Cleemput componeert al sinds zijn zestiende. Hij heeft het talent niet van thuis meegekregen (zijn vader speelde enkele weken accordeon tot het instrument uit zijn handen in stukken viel), maar de drang om te schrijven had hij al als kind. "Muziekzot", zoals hij het zelf schertsend noemt. Over de jaren verzamelde hij een immense collectie muziekliteratuur, luisterde hij in zijn vrije tijd naar opnamen, speelde partituren en stilaan ontwikkelde er zich een componist die beroepshalve eigenlijk ambtenaar was. Hij vernietigde een twintigtal jeugd-werken en kwam op zijn tweeënveertigste met nieuwe composities naar buiten. Iedereen was verbaasd. Een boekhouder die componeert? Na zijn huwelijk stond de piano in de woonkamer en schrijven werd moeilijk. De drang werd zo sterk dat hij uiteindelijk zelf een garage met annex studio bouwde. Met de piano, boeken en fonoplaten erin kon het componeren weer beginnen. Hij had geen echte voorkeur voor een bepaald instrument. Integendeel: een nieuw medium maakte de uitdaging alleen maar groter. Beiaard bijvoorbeeld, of harmonieorkest. Hafabra "Music Hall" (1973) is de eerste van een lange rij composities
voor harmonie-orkest. Grote toondichters schreven zelden voor deze bezetting
en aan de ontstane leemte trachtte Van Cleemput een bijdrage te leveren.
Weldra ontpopte hij zich tot specialist in dit genre, kaapte talrijke
internationale prijzen in de wacht en zorgde voor een permanente Vlaamse
aanwezigheid in de blaasmuziek tot ver over de grenzen heen. Zijn hafabramuziek
werd ook uitgegeven in Nederland. Op de vraag waarom hij zoveel voor dit
medium schreef, is hij heel nuchter: "Veelal uit noodzaak. Er was een
grote vraag naar, ik kreeg veel opdrachten en stilaan bleven overige dingen
liggen." Beiaardmuziek De jaarlijkse internationale compositie-wedstrijden voor
beiaard te Mechelen wekten Van Cleemputs nieuwsgierigheid. Jos D'hollander,
stadsgenoot en op dat moment kersvers gediplomeerd beiaar-dier gaf tekst
en uitleg, en in 1973 ontstond het eerste beiaardwerk: "Drie Canzoni".
Hierin exploreerde de compo-nist de melodische kwaliteiten van de beiaard.
Nog hetzelfde jaar volgde een tweede werk: "3 Sonneries & 1 Bis," dat
te Mechelen werd bekroond met de "Prijs van de Stad Mechelen". "De sonneries
zijn eigenlijk een zoektocht naar de resonantie-effecten van de beiaard
met zijn merkwaardige reeks boven- en ondertonen." Naar aanleiding van het Beiaard Wereldcongres in 1998 schreef hij in opdracht van de Vlaamse Beiaardvere-niging zijn grootste werk: Orthodoxia, voor beiaard en harmonieorkest. In tegenstelling tot hafabramuziek is componeren voor beiaard solo relatief eenvoudig. "De inspanning is inderdaad minder groot, maar de geweldig hoge artistiek gerichte respons vind ik zeer dankbaar."
Modi In zijn beiaardwerken merkt men, behalve chromatiek, in belangrijke mate een voorkeur voor modi op. "Soms beland je vanzelf in de modaliteit. Kijk, ik heb het niet zo met het 'naakte' dominantseptiemakkoord: veel te plat, te versleten. In mijn akkoorden kunnen in de superpositie (boven elkaar plaatsen van verschillende akkoorden) wel kleine tertsen zitten waardoor het dominant-effect duidelijk wordt. Als je de terts weglaat en een kwint toevoegt boven de septiem (do-sol-sib-fa) waardoor je reine kwinten overhoudt, heb je hetzelfde effect, zij het modaal." "Laten we zeggen dat ik qua esthetiek in het Franse zog zit: Ravel, Caplet - zeker de werken die hij schreef na WO II; Debussy, maar die loopt wat dood als je daar op verder bouwt. Dan wordt het algauw filmmuziek. Van de Engelsen: William Walton natuurlijk. Schitterend. Pertinent virtuoos, bijtend, snijdende smaak. Hij heeft wel veel filmmuziek geschreven - en is er rijk mee geworden. Maar neem nu zijn eerste symfonie, zijn altvioolconcerto… fantastisch. En dan het volkslied natuurlijk. Liefst het oude, middeleeuwse volkslied. Zo zit je weer in de modi. Van die reeks fascineert vooral de frygische me: de kleine secunde op de 2de trap, en dan die lastige si erboven…een liefde-haat verhouding. Het karakter van de modus moet je respecteren, niet verknoeien - soms zie je realisaties die neigen naar la klein. Dat is pas een doodzonde, zo verlies je volledig de spanning. De modus en een volkslied, en je hebt interessant materiaal in overvloed. Zeer dankbaar. Maar dan komt SABAM aankloppen en houden ze een deel van je honorarium in ten voordele van het openbaar bezit. Alsof je niet moet componeren als je een volkslied gebruikt. Door zo'n idiote regels trekken ze de mensen weg van hun basis. Openbaar bezit… niks van!" Stijl Werner Van Cleemput werkt graag in dichte harmonieën, gebruikt vaak superpositie van noten en omwille van die drukke, kleurrijke schrijfwijze is niet alles even voor de hand liggend. Maar wie wat dieper graaft, zal vaststellen dat harmonisch alles klopt. Dan spreken we dus over tonale muziek. Is er ook iets atonaal? "Mijn stijl wisselt enorm. Zelf consequent een bepaalde stijl aanhouden is zo goed als onmogelijk. Het is hier in België zo moeilijk om aan een orkest te geraken. En waarom of voor wie schrijf je dan? Ik heb gepakt wat ik kon krijgen. Zo is er een chromatisch orgelwerk dat geschreven werd in modern contrapunt zoals Ligeti." Plots veert hij recht, scharrelt naar een CD, hoest zwaar en bromt er een paar vloeken door. "Luister maar…" Wat ik te horen krijg, is "Namk'codss" (1989), een vierdelig avant-gardewerk voor piano duo. Hij schreef dit in samenwerking met schoonzoon en componist Luc Breways. De compositietechniek was heel origineel: de ene schreef de primo of de secundo, de andere vervolledigde. Ondanks het feit dat o.m. stijl en techniek moesten worden aangepast kan men niet horen dat twee componisten dit werk schreven. Een staaltje van meesterschap. Van Cleemput, nooit om een grap verlegen, verwerkte in het vierde deel het volksliedje "Chareltje, Chareltje, hangt 'em met zijn kl… aan een nageltje" en amuseert zich kostelijk als mensen heel ernstig blijven, niet durven reageren. Hij relativeert enorm. Inhoud en kennis van zaken vindt hij wel primordiaal, maar of het gebruikte materiaal nu Gregoriaans is of een banaal volksliedje, dat speelt weinig rol. "Ik ben inderdaad streng, te streng zelfs. Op compositiewedstrijden zijn er inhoudelijk dikwijls slechte zaken… soms worden er gewoon vulgariteiten bekroond omdat ze technisch goed ineen steken." Om die reden weigert hij de laatste jaren nog als jurylid te zetelen. Chromatiek "Als je zeer chromatisch werkt, kom je gemakkelijk in hele-toonsharmonie terecht en heb je een geweldig modulatief vermogen waarin je alle richtingen uitkan. Elk akkoord draagt de wijziging reeds in zich - als je ze tonaal bekijkt. Nee, ik schuw geen chromatiek, maar je moet weten wanneer je moet stoppen. De romantiek bijvoorbeeld had een te grote verdichting van de harmonische schrijfwijze. Ze wilden teveel doen op een te kleine plaats met als gevolg dat de chromatiek helemaal vergroeide - behalve bij Wagner: dat is gezonde chromatiek. Neem nu de werken van de eerste Weense School, Schönbergs eerste werken, de periode 1890-1910: die werken zijn zwanger van de chromatiek. Dat is allemaal dominant, met oplossingen in een razend tempo. Fauré daarentegen geeft dikwijls andere oplossingen aan de septiemen. Maar het gevolg daarvan is dat de tekst soms moeilijk te volgen is. Gelukkig is de melodische lijn van de Fransen minder chromatisch. Het ideaal recept: chromatiek die niet verder gaat dan bv. Franck en de zalvende Engelse modaliteit gecombineerd met de Franse cantabiliteit. Wie dit verenigt, is Delius. Schitterend componist." Wie ligt er niet in het bovenste schuifje? "Strauss. Richard Strauss. Hij heeft een virtuoze orkestschrijfwijze, kent zijn vak door en door, maar als hij tien minuten bezig is, zit ik te gapen. Mahler is zo mogelijk nog erger. Let op, beide componisten hebben zeker hun goede momenten, maar Mahler durft bij momenten zo'n vulgariteiten schrijven dat je je afvraagt tegen wie hij bezig is: tegen iemand die het eerste jaar naar de muziekschool gaat?" Napraten "Toen ik 19 was, was Paul Hindemith mijn eerste god. Moderne muziek die aanhoorbaar was, muziek met rede, met dingen van vroeger die er in over bleven. Wat er daarna allemaal de revue heeft gepasseerd: sommige moderne muziek is gewoon niet om aan te horen. Met de laatste strekkingen van vandaag kan er gelukkig terug meer, William Walton bijvoorbeeld: 'It can be beautiful again'. Komt voort uit repetitieve muziek: boeiend. Maar ik heb me nooit veel aangetrokken van tendensen. Meestal heb ik op voorhand al een vrij duidelijk idee wat betreft een toekomstige compositie. Ik gebruik dan de piano om wat schetsen neer te schrijven. De rest gebeurt aan tafel en het groeit zoals het komt. Titels komen dikwijls achteraf naarmate het karakter van het stuk evolueert. Een titel vinden wordt dan ook makkelijker." Zijn vakmanschap heeft de Waaslander in ieder geval geloond: Van Cleemput ontving prijzen en opdrachten als een lopend vuurtje. Wij hopen hem binnenkort nog eens te kunnen strikken voor een beiaardwerk.
Geert D'hollander
|
||
|
|
||
|
organisatie | informatie | concertkalender | publicaties | contact | home |
||