Home
 
 

 

BEIAARDCOMPONISTEN - Chris Dubois


Interview met Chris Dubois, door Carl Van Eyndhoven

 

 

 

 

Als de naam Chris Dubois valt, denkt men meteen aan een begenadigd organist en componist, maar niet aan beiaard. Hoe ben je bij dit instrument terechtgekomen?

Men vroeg mij om in Brugge het Renaat Veremanskoor op te vangen. De dirigent, Roger Deruwe, had een zwaar auto-ongeluk gehad en was voor langere tijd gehospitaliseerd. Zo arriveerde ik in Brugge, wat niet evident was want ik woonde in St-Genesius-Rode, bij Brussel. In Brugge werd ik gefascineerd door de beiaard in de Halletoren. Dat was de inspiratiebron om te schrijven voor beiaard. Ik componeerde een meerstemmig koorwerk op het lied Sa laat ons vrolijk wezen. Na het succes van dit koorwerk kwam de stimulans om op dit lied een beiaardwerk te schrijven. Het werd dus een thema met variaties. Ik stuurde de partituur naar mijn gewezen leraar harmonie, Staf Nees, toen directeur van de Mechelse beiaardschool. Hij stuurde me de partituur terug met links en rechts enkele rode verbeteringen betreffende speelmogelijk-heden. Zijn commentaar: "Ik ben fier dat je het waagt om als organist voor klokken te schrijven! Dat zouden er meer moeten doen."

Toen was Eugeen Uten stadsbeiaardier te Brugge. Hij heeft me geholpen wat betreft de technische aspecten van het instrument. Hij vond dat ik nog teveel schreef voor orgel i.p.v. voor beiaard. De discussies tussen ons gingen vooral over stijl. Eugeen was een trouwe discipel van de Mechelse school. Hij was doordrongen van de romantische strekking zoals hij die bij Jef Van Hoof hoorde. Vermits ik het waagde grote septiemen en noneakkoorden te gebruiken, was er af en toe een 'wiel dat afliep!' Een dominant- septiemakkoord kon er door. Al de rest was niet mooi, dat mocht ik niet schrijven.

Alhoewel Arthur Meulemans toen ook al 'modern' schreef; die werken moet hij toch gekend hebben.

Hij kende die wel, maar hij speelde ze niet. Eugeen bleef bij Jef Van Hoof en Staf Nees, en Denijn. Hij vond dat ik te avant-gardistisch schreef. Maar in Nederland speelde men mijn werk wel! Ik heb eens een congres bijgewoond in Rotterdam met Leen 't Hart en Dr. Wouter Paap, waar mijn Suite werd uitgevoerd.

Leen 't Hart heeft mij in de jaren zestig enorm geïnspireerd. Ik was gefascineerd door de manier waarop hij muziek durfde schrijven. Op die manier wilde ik verder gaan, maar dat pakte niet in Brugge. Eugeen aanvaardde dat niet. Het moest melodieus zijn, proper van harmonisatie. Maar dat ging recht tegen mijn natuur in. Als ik sprak van Leen 't Hart, zei hij: "Dat is slechte muziek, Mechelen is de enige beiaardschool!" Ik voelde dat er iets wrong, terwijl Leen 't Hart vol bewondering over Mechelen sprak.


Chris Dubois



De meeste werken zijn geschreven in de jaren zestig, zoals Sa laat ons vrolijk wezen, Ave Maris Stella, Passacaglia en Fugetta, de Suite, de Partita, Feestmuziek voor beiaard. Je bent er meteen ingevlogen. Vele van die werken zijn ook bekroond.

Ik deed elk jaar mee aan de compositiewedstrijd in Mechelen, zodat de burgemeester eens opmerkte: "U hebt zeker een abonnement op dit concours?" Ik gaf toen muziekles in de middelbare school, en ik voelde dat ik mij alleen kon laten gelden als ik iets presteerde. Als je een prijs won, verscheen dat nl. in de krant, en dan werd er op school gezegd: "Zie, onze muziekleraar heeft een prijs gewonnen." Ik schreef dus om mezelf te bewijzen en om artistiek bezig te zijn. Het lesgeven op de middelbare school heb ik gelukkig maar vijf jaar gedaan.

De Partita over Ave Maris Stella won een eerste prijs in een compositie-wedstrijd te Blois-sur-Loire. Hoe kwam je daar terecht?

Het was een compositie-wedstrijd georganiseerd door de beiaardier van Blois (Louis Delapierre n.v.d.r). Ik won dus de eerste prijs en later kreeg ik een brief met de vraag of ik die prijs niet wilde afstaan voor het onderhoud van de beiaard. Ik was toen net getrouwd en kon best een cent gebruiken. Dus heb ik hen bedankt voor het vriendelijk verzoek!

Feestmuziek voor beiaard werd geschreven als plichtwerk in opdracht van Philips, die een speelwedstrijd voor beiaard organiseerde.

Dat klopt. Louis Toebosch, ook een organist, was voorzitter van de jury. Hij vond het een goed werk, maar zei dat het achterhaald was om nog in partitavorm te schrijven.

Zo kom ik aan mijn volgende vraag: Ave Maris stella, Partita over Vater unser im Himmelreich, ... is dat de orgelwereld die doorschemert?

Inderdaad. Leen 't Hart speelde ook van die partita's - hij was eveneens organist- en ik had gezien dat zo¹n partita met een cantus firmus mooi kon overkomen op beiaard. Ik wou eens puur schrijven. Eugeen Uten vond dat veel te droog. Maar ja, ofwel schrijf je muziek voor de markt, ofwel voor de beiaard als cultuurinstrument.

Hoe kijk jij als componist naar de beiaard als instrument? Schrijf je voor beiaard zoals je voor gelijk welk instrument zou schrijven, of werkt de beiaard inspirerend?

De beiaard werkt inspirerend. Er gaat van klokken een enorme sfeer uit. Ik zie de beiaard als een volwaardig cultuur-instrument, niet iets om alleen de markt te amuseren. Dat kan, maar er moet nog iets anders zijn.

Ik hoorde onlangs tijdens een marktbespeling in Turnhout (waar Chris Dubois momenteel woont, n.v.d.r.) het Preludium in d van Jef Denijn. Ik vond het geweldig om eens iets te horen dat voor beiaard geschreven is, en niet alleen bewerkingen van volksliedjes. Als je een goede muzikant bent, en je kent je instrument en je vak, dan kan je spanning brengen in je programma.

Je kan de mensen iets licht inlepelen, maar daarna kan je ze een stevige brok muziek geven. Dat hebben ze dan ook ingeslikt. In mijn orgelconcerten doe ik dat ook. Je speelt voor je publiek, en in dat publiek bevinden zich alle soorten niveaus. Ik zou liever eens wat meer 20-eeuwse beiaardmuziek horen klinken. Waartoe dienen anders die jaarlijkse beiaard-compositiewedstrijden?

Denk je niet dat Eugeen Uten gekant was tegen je werk omwille van de harmonisch vergaande passages? Ben je zelf voorstander dat zo'n stukken op een beiaard met middentoon-stemming gespeeld worden?

Eugeen was niet gekant tegen mijn werk. Hij had grote moeite om uit zijn stroef-romantisch denken los te komen. Ik had persoonlijk alle begrip voor zijn houding. Door onze gesprekken kon hij toch langzaamaan mijn gedachten en gevoelens bij treden. Mijn vergaande harmonische bewerkingen waren inderdaad struikel-stenen voor hem. Van mijnentwege kwam er dan ook een toegeving. Nog steeds hou ik er rekening mee. Een middentoonstemming is natuurlijk soms een handicap om je zin te doen! Geef mij maar een gelijkzwevende stemming. Hedendaags werk spelen op middentoonstemming stoort me echter niet. Het is een bijkomende charme! De meeste stervelingen horen het verschil niet.

Hou je rekening met een bepaalde beiaard, of de klank van de klokken?

Nee, ik hou rekening met de mogelijkheden van het klavier. Als ik onhandigheden schrijf, dan vraag ik aan de beiaardier om die te veranderen als de basisharmonisatie maar blijft. Ik moest een werk schrijven in opdracht van Kortrijk (1302 te Kortrijk in de beemden, 1994.) Het was niet gemakkelijk, want het is maar een klein beiaardje. En toch, in vergelijking met de andere composities, kwam het werk sprankelend over, misschien ook dankzij beiaardier Frank Deleu.

Hoe stond Flor Peeters tegenover je beiaardcomposities? Hij heeft zelf toch ook enkele werkjes voor beiaard uitgegeven?

Tja, beiaardmuziek kun je het moeilijk noemen! Ik had nauwe contacten met Flor Peeters, ik heb nog al zijn brieven, maar hij was daar niet zo in geïnteresseerd. Wel als het over orgel ging, maar al wat beiaard aanging was precies een andere wereld.

Wat vind je van de beiaard van Brugge?

De basklokken vind ik heel mooi en waardevol, maar in de hoogte klinkt hij mager. Ieper vind ik een prachtige beiaard. Ook de luisterplaats is knap, je zit precies in een concertzaal. Graag gooi ik een bloemetje naar beiaardier Ludo Geloen. Hij staat open voor eigentijds werk. Ik heb de chromatische beiaard van Nieuwpoort nog weten inhuldigen door Staf Nees. Ik vroeg hem: "Wat vind je nu van dat instrument?" "Het is een luxe," zei hij. Hij ging zijn mond niet voorbijpraten, hij was zeer diplomatisch. Turnhout is een mooie beiaard, maar hij lijkt me een beetje licht.

Heb je ooit zelf aan een beiaardklavier gezeten?

Ik heb op een bepaald moment nog gedacht om het te leren. In de jaren zestig was het gewoon dat een organist ook beiaardier was. Maar met die pink dacht ik dat ik mijn orgeltoucher ging verliezen.

Ben je van Brugge afkomstig?

Nee, ik ben in Oudenaarde geboren, maar we woonden in Waregem. Van Waregem gingen we naar Antwerpen (Berchem). Daar zijn we voor de vliegende bommen gevlucht naar Veurne, waar ik mijn kleuterjaren doorbracht bij mijn grootouders, grotendeels in de kelder tijdens de bombardementen. Daarna ging ik naar Mesen tegen de Franse grens. In 1945 verhuisden we naar Diksmuide.

Ondertussen zat ik vier jaar in de Normaalschool-Kosterschool te Torhout op internaat. Daarna begon definitief mijn verdere artistieke ontplooiing in Mechelen om er les te krijgen van Flor Peeters. Dat was de figuur waar ik naar opkeek. Jammer, hij werd benoemd tot directeur van het Antwerps conservatorium, en daar mocht ik van mijn vader niet naar toe. Na drie jaar Lemmensinstituut, waar ik les kreeg van Staf Nees, wou ik toch naar Flor Peeters in Antwerpen.

Na zes jaar beëindigde ik er mijn studies en was ik voorbestemd om organist te worden in de USA. Ik zag er van af en volgde nog een jaar fuga bij Jan Decadt.

Wat vind je zelf je beste werk?

Ik denk nog altijd de Suite nr.1. Automatisch wil je experimenteren met samenklanken. Soms is dat goed, soms niet. Je kunt heel mooie impressionistische sferen opbouwen met de beiaard. Dat hoorde ik ook in het werk van Leen ít Hart. Als musicus gaat mijn grote liefde naar Ravel. Voor mij is dat de colorist in het orkest. Mijn lievelingswerk is La Valse.



Interview, Carl Van Eyndhoven

 

 

organisatie | informatie | concertkalender | publicaties | contact | home