![]() |
|
||||||
|
|
|
|
BEIAARDCOMPONISTEN - Kurt Bikkembergs |
||
|
Kurt Bikkembergs, geboren in Hasselt in 1963, behaalde de einddiploma's Muziekpedagogie, Compositie, Koorleiding en Orkestleiding aan het Lemmensinstituut in Leuven. Hij volgde verschillende internationale meestercursussen in België en Oostenrijk bij o.a. Robert Sund en Timothy Brown voor koordirectie en bij Heinz Kratochwil voor compositie. Dirigent en componist Kurt Bikkembergs is momenteel actief in het leiden van vocale en instrumentale ensembles in Leuven (Lemmensinstituut), Stevoort en Tienen, lesgeven aan het Lemmensinstituut in compositie, koorleiding, contrapunt en schriftuur en het componeren, waarbij het accent ligt op koormuziek. Door het gebruik van experimentele technieken, steeds geworteld in de traditie, probeert hij vernieuwing te brengen in de hedendaagse religieuze vocale muziek. Voorts is Kurt Bikkembergs freelance werkzaam als dirigent en componist in binnen- en buitenland. Hij is onder meer gastdirigent bij De Vlaamse Opera (Antwerpen) en de Capella Sancti Michaelis (Brussel).
Hoe ben je ertoe gekomen om voor beiaard te schrijven? Als je voor beiaard schrijft, heb je dan een
concrete beiaard in gedachten, ik denk bv. aan de universiteitsbeiaard
van Leuven? Hoe begin je aan een compositie: intuïtief aan
de piano of methodisch aan tafel? Denk jij aan de specifieke boventoon-structuur
van klokken als je kleuren opbouwt, of aan de uitklinktijd, of denk je
meer abstract en steek je het dan in een praktisch beiaardkleedje? Heeft jouw ervaring met koormuziek invloed op
de manier van componeren voor beiaard? Ken je andere beiaardcomponisten
van vandaag? Toen je begon te schrijven voor
beiaard, had je dan een concrete compositie als voorbeeld? Je hebt nu 4 werken voor beiaard
geschreven: drie voor solo beiaard en één als epiloog op een werk voor
vrouwenkoor en orgel. Dat is niet veel om als beiaardcomponist beschouwd
te worden, maar ze worden wel veel gespeeld en ook van het publiek krijgen
ze veel aandacht. Wat is je beste werk? Als je de werken Sebastiaan,
Katelijne en Johannes bekijkt, zijn ze alledrie gelijkaardig opgebouwd:
ABA-vorm waarbij A een sfeerscheppend, repetitief gedeelte is met motieven
uit het hoofdthema, dat voor het eerst en meestal ook slechts één keer
in een meer zangerig B-gedeelte komt. Voorkeur voor gebruik van 2 tegen
3, en 3 tegen 4, en octotonisch uitgewerkt. Doe je dat bewust? De première van Speculum Animi
vond ik fantastisch. Vooral de eerste vijf delen waren enorm indruk-wekkend,
zowel van opvatting als van uitwerking. De beiaardepiloog klonk daartegenover
vrij licht. Het leek mij dat de compositie om een langere uitklinktijd
en een zwaardere beiaard vroeg, en hier een beetje wegwaaide. Nochtans
had je de beiaard op voorhand gehoord, dus was dat toch wat je wou hebben?
Wat vind je van beiaardtranscripties,
bv. cello-suites van Bach of een koorwerk van Mendelssohn? Ga je zelf wel eens naar een
beiaardconcert? Zou de VBV de beiaardepiloog
Vanitas, vanitatum et omnia vanitas mogen uitgeven? Ga je nog eens opnieuw aan het
werk?
Bespreking Speculum Animi Speculum Animi (2000) werd geschreven in opdracht van de Stichting Culturele Evenementen Nicolaïkerk te Utrecht. Het is een werk voor orgel en vrouwenkoor met beiaardepiloog. Bij de bespreking van de opdracht werd er vanuit gegaan dat het werk verwant hoorde te zijn met de Utrechtse Nicolaikerk. Het opschrift aan de voorzijde van de kerk door dichteres Clare Lennart (1899-1972) leverde inspiratie: "De vroomheid, de schoonheid, de jeugd, de dood, de waanzin en de ouderdom troffen hier tezamen." Kurt Bikkembergs: "Omdat ik het persoonlijk aangeraden vond om het orgel en het koor afzonderlijk te laten musiceren, lag de beslissing voor de hand: het zou een zesdelige compositie worden, geïnspireerd op de zes elementen uit Lennarts tekst, met dan een epiloog voor beiaard, gecomponeerd op elementen uit de voorgaande zes delen. Om een ruimere mogelijkheid tot uitvoering te geven, koos ik dadelijk voor Latijnse tekst en toog op zoek naar een wijsgeer die 'iets' te vertellen had over één van die zes elementen. Bij Horatius vond ik er vijf. 'Waanzin' -waar ik geen directe tekst van vond- werd het deel voor orgel solo. 'Vroomheid' en 'Ouderdom' vond ik terug in eenzelfde tekst. Ook de muziek blijft hier lang gelijk (je kan spreken van een A-A' verhouding), zodat de compositie een cyclisch verloop kent. Dit wordt nog eens in de verf gezet door de beiaardepiloog; elk aangebracht motief zal variëren naar het akkoord dat 'Waanzin' draagt; alles leidt tot waanzin, of zoals de ondertitel van dit deel luidt: 'Vanitas, vanitatum, et omnia vanitas'. Tussenin vinden we nog 'Schoonheid', opgebouwd met contrapuntische arbeid maar wederkerend naar het 'schone' reine kwint- en octaafinterval, 'Jeugd' voor koor a cappella gecomponeerd in akkoordische spiegelstructuur met huiveringwekkende repetitiviteit aan de grondslag, en de doortastende 'Dood' die onophoudelijk blijft aankloppen. Ook wordt er van de uitvoerders wat beweeglijkheid gevraagd, met flexibiliteit in de opstelling van de stemmen. De compositie wordt als het ware door de zangers aangereikt, door de voorbijglijdende jaren, en maakt een verbinding naar het beiaardspel. 'Waanzin' ten slotte probeert een uitdrukking te zijn van irrealiteit; geen tijds-, kleur-, of plaatsbepaling is aanwezig, alleen leegheid." Bespreking uitvoering: Bespreking beiaardwerken Sebastiaan (1992) is een octotonisch werk gebaseerd op de toonladder f, g, as, bes, b, cis, d, e. Het beginthema g - e - bes - as dient als basis voor het ganse werk dat een spiegelstructuur heeft: het repetitieve begindeel komt op het einde terug. In het midden van het stuk vinden we een zangerig gedeelte, begeleid door het beginthema. Het wordt geïntroduceerd door gebroken akkoorden in stijgende lijn, met een neergeschreven versnelling in de muziek: 2 tegen 3 wordt 3 tegen 4, met tussenin steeds een bevestiging van het beginthema. Het zangerig gedeelte eindigt in een climax, waarna het repetitieve gedeelte licht gewijzigd terugkomt. Het stuk werd gecomponeerd in opdracht van en opgedragen aan Luc Rombouts. Katelijne (1994) is ongetwijfeld het meest gespeelde werk, waarschijnlijk omdat het wereldwijd verschenen is in de Weertse beiaardbundel, samengesteld door Frank Steijns. Aan hem is het werk ook opgedragen, en het is gedacht voor de beiaard van Maastricht. Van opbouw is het gelijkaardig als Sebastiaan: repetitieve hoekdelen een een zangerig middendeel, met een voorkeur voor versnelling in het ritme om tot een climax te komen. Hier is de basis van het werk een kinderliedje dat Kurt Bikkembergs voor zijn oudste dochtertje maakte, ook weer octotonisch uitgewerkt. De seconden die aangegeven zijn, hebben een gulden snedeverhouding (n.v.d.r. deze verhouding gaat als volgt: 1, 3, 5, 8, 13, 21,… en is gebaseerd op het optellen van de twee laatste getallen om tot een nieuw getal te komen. Bach gebruikte deze verhouding veelvuldig in zijn muziek.) Kurt Bikkembergs vindt dat het aantal seconden dat je de tremolo's aanhoudt, afhangt van de toren en beiaard waarop je Katelijne speelt, zolang je die verhouding maar behoudt. Johannes ... staat te lachen (1998) zal samen met 'Sebastiaan' uitgegeven worden in het beiaardboek dat n.a.v. het Beiaardwereldcongres 1998 door de VBV verspreid zal worden. Het werd opgedragen aan Geert D'hollander en Liesbeth Janssens, en is ook weer gelijkaardig opgebouwd, met nog meer nadruk op het repetitieve en het minimale in de muziek. Het gekozen lied is "Zie ginds komt de stoomboot", octotonisch aangepast. Kurt Bikkembergs koos dit lied omdat zijn zoontje dat altijd zong, of het nu Sinterklaas of Pasen was. Ook dit werk mist zijn effect niet en is beslist de moeite om te studeren. In het middendeel komt een aleatorisch gedeelte, waar de beiaardier op het aangegeven ritme mag improviseren met de noten tussen haakjes.
Liesbeth Janssens |
||
|
|
||
|
organisatie | informatie | concertkalender | publicaties | contact | home |
||