![]() |
|
||||||
|
|
|
|
Vijftig jaar Vlaamse Beiaardvereniging |
||
|
Inleiding Vijftig jaar VBV verdient goud, en jubileren is feesten met het hoofd in de wolken. De VBV doet dat ongetwijfeld, maar ook met de voeten op de grond: ze legt immers een palmares voor dat met het jaar indrukwekkender wordt. Het jubeljaar van de VBV is daarmee een uitdaging voor de toekomst. Een jubileum nodigt uiteraard ook uit om even te kijken naar het verleden. Omdat cultuur-overdracht verhelderend kan werken voor de toekomst, blijft geschiedenis belangrijk. Zongen we niet als kind 't verleden leeft in ons, de toekomst straalt voor ons ... ? Maar rimpelloos bestaat niet in een vereniging. Er zijn ups en downs omdat besturen mensenwerk is. Niet alleen interne maar ook externe factoren hebben hun handje bijgestoken. Onder een ander gesternte hadden we misschien reeds 85 jaar bestaan. Misschien. Want hoewel de beiaard bespelen geen politieke bedrijvigheid is, heeft de politiek ongetwijfeld zijn zegje gehad, ook later nog door de evoluerende staatshervormingen. De voorgeschiedenis van onze vereniging is minstens even boeiend als haar eigenlijke geschiedenis. We willen er n.a.v. dit gouden jubileum dan ook niet aan voorbijgaan. De VBV, een voortdurende metamorfose Een beiaardvereniging oprichten is geen gemakkelijke opgave. Een beiaardvereniging 50 jaar staande houden, een prestatie op zich. Een vereniging een naam geven, daarentegen, zou het simpele sluitstuk moeten zijn van een reeks statuten. Het werd uiteindelijk de meest complexe aangelegenheid die haar is te beurt gevallen. Voor onze Noorderburen ging dit probleemloos en voor een keer met niet zoveel woorden: Nederlandse Klokkenspelvereniging (NKV). Wij echter hebben een halve pagina nodig om de complexe evolutie van onze verenigingsnaam te volgen. Die congrueert zeer nauw met de even complexe politieke toestanden die wij als beiaardvereniging moesten meemaken. Anders bekeken: in de Zuidelijke Nederlanden volgden verschillende beiaardverenigingen elkaar op met vallen en opstaan. We zetten de namen die onze vereniging en haar 'imaginaire'
voorgangsters ooit hebben gehad of zijn voorafgegaan, toch even op een
rij. Ze varieerden naar gelang de meest bizarre omstandigheden: Algemene Klokkenspel Vereniging Niet alleen literatuur en taal is wat de beide Nederlanden met hun neus op hun gemeen-schappelijke roots duwt, maar ook de beiaard, al kreeg die in het Noorden aanvankelijk een opmerkelijk andere ontwikkeling dan bij ons. Het jaar 1892 (aanvang van het Denynsysteem) werd de kiem die op termijn zou leiden tot een groeiende eenvormigheid van beiaardinrichting tussen Zuid en Noord, al ging dit niet met de nodige vanzelfsprekendheid. Voorgeschiedenis De verre aanleiding tot het oprichten van een beiaardvereniging is zo ongeveer een eeuw oud. Het begon met het enthousiasme over een beiaardconcert van Denyn in 1906 te Mechelen, tijdens een congres van het Algemeen Nederlands Verbond (ANV). De beiaardvernieuwing van Denyn geraakte via het congres voor het eerst in Nederland bekend. Toch zou er nog ruim een decennium overgaan vooraleer enkele Nederlanders de grote stap waagden om ingrijpende veranderingen aan de beiaardinrichting, vergelijkbaar met de (r)evolutie van klavecimbel naar piano-forte (2), toe te passen. We maken een zeer ingewikkeld verhaal kort: Denyn die in 1914 naar Engeland vluchtte, bracht op uitnodiging van VVV Arnhem in 1915 een bezoek aan Nederland. Dit cruciaal bezoek leidde tot de gekende broek-tuimelaardiscussie.
Stichting Op 24 mei 1918 kondigde de fervente beiaardliefhebber
Emiel Hullebroeck met een paginavullend artikel aan, dat ' ...een klokkenspel-vereeniging
zal worden opgericht, die ...na den oorlog wellicht haar werkkring kan
uitbreiden over de Nederlands sprekende gewesten' (weekblad Vrij België).
Hoe nauw Hullebroeck betrokken was bij de oprichting van de klokkenspelvereniging
blijkt uit hetzelfde artikel: Hullebroeck Het bestuur van de AKV bood Hullebroeck het voorzitterschap aan van haar Afdeling Zuid-Nederland (Vlaanderen & Frans-Vlaanderen). Hullebroeck ging met genoegen in op dit eervol aanbod. Naast Hullebroeck traden er nog twee Vlamingen toe tot het bestuur, Jos De Klerk en Huib Hoste. Jos De Klerk (vader van de inmiddels overleden organist en toondichter Albert De Klerk), afkomstig uit Merksem, had zich bij het uitbreken van de oorlog in 1914 in Haarlem gevestigd. Hij bracht het tot directeur-organist, componeerde onder meer verschillende missen, een opera, enige bladzijden beiaardmuziek en een cantate voor koor, orkest en beiaard. De bekende Vlaamse architect Huib Hoste, ontwerper van indrukwekkende herenhuizen in Art Nouveau te Brussel, was ontwerper van het Belgenmonument in Amersfoort (waar later de beiaard van het Belgisch paviljoen van de Wereldtentoonstelling te Brussel in geplaatst werd). Ook hij voelde zich geroepen om de beiaardvereniging een handje toe te steken. Dat niet-beiaardiers quasi het voltallige bestuur vormden van een klokkenspelvereniging, was toen vanzelfsprekend. Zij waren immers de supporters (5) die moesten zorgen dat 'de tribunes' volliepen met beiaardfanaten, zoals in Mechelen gebeurde. Was er trouwens kort voor de oorlog in Mechelen geen volksbeweging ontstaan rond de beiaard? Men spreekt zelfs over een Mechelse Beiaardbeweging! De supporters lieten voor Denyns concerten extra treinen (met korting) en extra bussen inleggen (6). Publicatie Eén van de eerste daden van het bestuur was het uitgeven
van een Nederlandse versie van Denyns lezing van 17 december 1915 te Londen,
Inrichting en behandeling van het klokkenspel. De verhandeling werd ingeleid
door AKV-voorzitter A. Loosjes. De richtlijnen, zoals voorgesteld in Denyns
verhandeling, kwamen in zekere zin neer op een muzikale keuze (interpretatie,
repertoire). Op het congres van de BWF in 1978 verwoordde Sjef van Balkom
(voorzitter van de NKV) deze merkwaardige en voor velen wellicht onbekende
voorgeschiedenis als volgt: 'De oprichters van de Nederlandse Klokkenspelvereniging
en hun opvolgers gaven de voorkeur aan de intenties van Denyn, en overtuigden
langzaam maar zeker heel Nederland-beiaardland van hun muzikale keuze'
(7). Door de AKV verenigden zich meer en meer Noord-Nederlanders rond
de figuur van Denyn als de vernieuwer van de beiaardkunst. De vernieuwingen
aan de beiaard van de Eusebiustoren van Arnhem werden het historisch vertrekpunt
in 1919. Nijkerk volgde nog hetzelfde jaar. Ook 's Hertogenbosch schaarde
zich snel bij de grote vernieuwers. De AKV-ers kozen bewust voor: Vernieuwing De AKV was een echte 'tuimelaar-vereniging' (dr. A. Lehr) die de Vlaamse speelwijze propageerde. Ook dit leidde aanvankelijk in het Noorden tot verhitte discussies, waar repertoire, speelwijze (en dus inrichting) anders waren geëvolueerd dan bij ons. Woog vooral de evangelisatie-opdracht van het 'medium beiaard' in het strenge Noorden door, dan speelden in het flamboyante Zuiden Denyns virtuoze improvisaties op romantische thema's enerzijds, en anderzijds ook het l'art pour l'art van het repertoire (cfr. Preludium in d), een belangrijke rol. Het 'Mechelse vuistspel' dat inderdaad grotere virtuositeit mogelijk maakte, werd door velen in het Noorden met scepsis onthaald. Het typisch 'Hollandse vingerspel' (spelen met de platte hand) daarentegen, beantwoordde meer aan de aard van hun strenge geloofsovertuiging. Laten we wel wezen, dit is bijna een eeuw geleden. De Algemene Klokkenspelvereniging verkoos desondanks de steile weg van vernieuwing op te gaan. Tegelijk streefde ze naar eenheid van beiaardinrichting in de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden, inclusief Frans-Vlaanderen (10). Was er een mooiere opdracht denkbaar? Pas na generaties is deze doelstelling grosso modo bereikt. De meeste materialen van de tractuur en vormgeving zijn vandaag wat ze zijn: eigentijds of retro, maar dit is een vaststelling van een andere orde. Furia Franskiljonese Het bestuur van de AKV - het dient gezegd - was doordrongen van de Groot-Nederlandse Gedachte en Hullebroeck zat op dezelfde frequentie. Zowel het ANV als de 'Groot-Nederlanders' in Vlaanderen erkenden in een figuur als Denyn een levend symbool van de culturele laspunten in de relatie Noord-Zuid. Had prof. dr. Alberdingk Thijm na Denyns beiaardconcert n.a.v. de Vlaamse Dagen in 1910 te Antwerpen in naam van de Noord-Nederlanders niet gezegd: 'We moeten hem tot de onzen rekenen'? Francofoon België van toen volgde die ontwikkeling met argusogen. Daar bleef het ook niet bij. Men begon de Zuid-Nederlandse klokkenspelvereniging zelfs staatsgevaarlijk te vinden voor België. In 1919 werd voorzitter Emiel Hullebroeck door de Gentse volksvertegenwoordiger van Waalse afkomst, Emile Braun, in het Parlement op het matje geroepen en bezworen zijn 'subversieve acties' met de AKV onmiddellijk stop te zetten. Zag hij spoken opduiken omwille van de gespannen verhouding tussen de Belgische overheid, Nederland en Vlaanderen? Om dezelfde redenen werd ook het Groot-Nederlands Studentencongres te Leuven in 1920 verboden. Het ging dan ergens in het geheim door op een zolder waardoor het later de naam kreeg van 'Zoldercongres'. Braun en zijn politieke medestanders struikelden over de inhoudelijke betekenis van 'Zuid-Nederlands'. De benaming kon ook nooit een Koninklijke goedkeuring krijgen. Volksvertegenwoordiger Kamiel Huysmans had echter deze 'Furia Franskiljonese' zoals hij ze zelf noemde, die gericht was tegen de Vlaamse Beweging en tegen het Algemeen Nederlands Verbond, al voorspeld in de Volksgazet van 4-5 januari 1919. Deze politiek speelde zich af onder de regering Carton de Wiart. Was het niet dezelfde Graaf Carton de Wiart die in 1930 de vernederlandsing van de Gentse universiteit 'un crime contre l'esprit' noemde (11)? En was het ook Carton de Wiart niet die later als voorzitter van de Koninklijke Commissie voor Monumenten, de talrijke smeekbrieven uit Gent om de gebarsten Clocke Roeland met haar grote symboolwaarde voor de Vlamingen van de smeltkroes te redden, onbeantwoord liet? Het blijft ergens een raadsel waarom deze Brusselse graaf later nochtans wel ere-lid wenste te worden van de Belgische beiaardvereniging 'Onze Beiaarden - Nos Carillons'. In de Noordelijke Nederlanden had men uiteraard moeite om het (gedwongen) vertrek van Hullebroeck uit de Klokkenspelvereniging te begrijpen. De ingewikkelde binnenlandse politiek in ons land maakte toen een dergelijke samenwerking gewoon onmogelijk. In augustus 1920 vertrok Hullebroeck aan boord van de 'Kinfauns Castle' naar Zuid-Afrika. De strijd om het behoud van de Nederlandse cultuur in België nam buitenproportionele vormen aan, waarin de politiek dominant aanwezig bleef. Kon Hullebroeck nog wel voorzitter zijn van een beiaard-vereniging die de politieke vleugel van de aanbeden (en verguisde) Groot-Nederlandse Gedachte promootte? De beiaard vaarwel zeggen kon hij nochtans aller-minst. Na zijn terugkeer uit Zuid-Afrika ontmoette hij iemand die zeer nauw betrokken was met alles wat met beiaardkunst te maken had: de bekende historicus dr. Georges Van Doorslaer.
Dr. Georges Van Doorslaer trad op als voorzitter van het Comité dat het Eerste Wereldcongres voor beiaard te Mechelen voorbereidde. De stichting van de beiaardschool (1922) stond voor de deur maar er lagen raven op de loer (12). Alles wat het nakende beiaardcongres en de stichting van de school in de weg kon staan, moest kost wat kost worden vermeden. Van Doorslaer zou de politieke impasse tussen Hullebroeck en de 'Furia Franskiljonese' met diplomatieke middelen doorbreken. De Mechelse historicus gaf een staaltje van compromiskunde en diplomatie, en wat geen sterveling voor mogelijk hield gebeurde: de bestaande Zuid-Nederlandse Afdeling werd 'opgeslorpt' door een op te richten beiaardvereniging zonder het predikaat 'Nederlands' of 'Belgisch'. Dit gebeurde onder de naam Onze Beiaarden - Nos Carillons (OB-NC) met een paar gewijzigde statuten, maar met de 'intentie' van 'aansluiting met Nederland' maar Van Doorslaer liet zich niet pakken en vulde de statuten aan met de aansluiting 'met Engeland, Noord-Frankrijk en Amerika (sic)'(13) of wat men daar ook onder mocht verstaan. Van Doorslaer speelde bovendien een sterke troef uit door zijn beiaardvereniging als de grote promotor voor te stellen van de te stichten 'Klokkenistenschool' van Mechelen. Dit alles moest Hullebroeck over de streep trekken om voorzitter te worden.
Men zocht bij het samenstellen van het comité overigens wel naar een evenwicht tussen politieke, wijsgerige en taalkundige strekkingen. Eerste ondervoorzitter van de nieuwe vereniging werd de Brusselse advocaat Raoul Ruttiens, tweede ondervoorzitter werd de Brusselaar A. De Veen; A. De Cort uit Brussel werd eerste secretaris, E. Schwartz uit Ukkel, redacteur van La Source, tweede secretaris. Deze vier Brusselse francofone beiaardliefhebbers stonden borg voor de 'Belgische koers' die de beiaardvereniging van Hullebroeck verder zou varen. Last but not least, om de Belgisch gezinde strekking van de beiaardvereniging nog scherper te onderstrepen, werd graaf Carton de Wiart op de erelijst geplaatst. Wat was er meer nodig om de aanklacht van de Gentse burgemeester Emile Braun in de kiem te smoren? Dit was echter de helft van de koek want ook Hullebroeck moest met overtuiging over de streep worden gehaald. Daarom liet dr. Van Doorslaer in zijn Eere-Comiteit Hullebroecks vriend aanrukken, architect Huib Hoste, die oorspronkelijk ook in het Bestuur zat van de Zuid-Nederlandse Afdeling van de AKV, maar ook andere onvervalste Vlamingen zoals Felix Timmermans, August Vermeylen, Alfred Ost, Herman Teirlinck, Isidoor Opsomer, Lodewijk Mortelmans, Jef Van Hoof, Mgr Van Nuffel e.a. Van Doorslaer sleepte er extra de Brusselse minister Jules Destrée (onderwijs) bij (die zich reeds in 1911 uitgesproken had tegen de vernederlandsing van de Gentse universiteit), want Destrée moest de oprichting van de beiaardschool goedkeuren... De diplomatie van Van Doorslaer werkte. De nieuwe vereniging had verschillende plaatselijke afdelingen in Mechelen, Brugge, Brussel ... (zie logo). Het leek wel een staatsgreep in de beiaardwereld. Beiaardiers kwamen er in het bestuur nog niet aan te pas, een vergelijkbare situatie met de NKV in Nederland (14). Zoals blijkt uit zijn brieven aan Prosper Verheyden, heeft Denyn deze ingreep nooit verteerd, maar zijn diplomatie en die van zijn raadgever dr. jur. Henry De Coster, lieten kansen open om met een beiaardschool te kunnen starten. De 'architect' van de metamorfose van AKV naar OB-NC, Dr. Georges Van Doorslaer, trad natuurlijk toe als bestuurslid. Hij was een historicus met veel gezag, en werd geprezen als auteur van Le Carillon de la tour de Saint-Rombaut à Malines (1893), Les Waghevens, fondeurs de cloches (1908), Les van den Ghein (1910). Henry De Coster, de man die al in 1913 een poging had gewaagd een beiaardschool te stichten, 'infiltreerde' (zoals hijzelf schreef) in het Dagelijks Bestuur van het OB-NC. Van Westhreene intussen bleef nog hopen. Hij schreef in 1922 een cantate waarvan het volgende fragment aan duidelijkheid niets te wensen overlaat: En laat de beiaard zingen, Geschiedenis is onomkeerbaar, en de AKV wijzigde in 1927 haar naam eenvoudig in Nederlandse Klokkenspelvereniging (NKV). De vereniging OB-NC zou jaren later met de stille trom van het toneel verdwijnen. Intussen echter nam de stroom Nederlandse beiaardiers (en andere buitenlanders) die bij Denyn kwamen studeren, tot diens grote tevredenheid steeds maar toe. De toon was gezet en de lijst Nederlandse studenten zou ook na de dood van Denyn flink aangroeien. Ze waren een beetje gedreven door dezelfde geest die we in Westrheenes cantate aantreffen: Maar om de toren,
In 1941 overleed Jef Denyn. Oud-leerlingen en bewonderaars bleven de Mechelse stadsbeiaardier echter elk jaar herdenken, voorafgegaan door een eucharistieviering in de Sint-Romboutskathedraal en gevolgd door beiaardspel. Maar op 27 september gebeurde er iets meer. Het jaargetijde, bijgewoond door familieleden, collega's, docenten, studenten en verschillende Mechelse beiaardvrienden (15) kreeg een historische coda. Stichting Na de herdenking wou iedereen nog eens samenkomen voor
een babbeltje, om daarna terug zijn eigen weg te gaan naar huis. Frans
Vos koesterde echter al geruime tijd een idee rond een vereniging waar
hij als kersvers gediplomeerde niet opvallend wou tussenkomen. Jan Feyen
en Gaston Van den Bergh zouden de klus wel klaren. De beiaardiers stapten
op naar het Schipke, hun vertrouwde schooltje in de Merodestraat, de ene
mét, de andere misschien zonder de directe intentie om een vereniging
van beiaardiers op te richten. Tenminste, er kon al eens over gepraat
worden en 'beiaardvereniging' was dan wel een groot woord. Een 'vriendenkring'
van beiaardiers die bij Denyn of bij zijn opvolger Staf Nees hadden gestudeerd,
paste wellicht beter. Daar zaten ze nu, terug in hun school met een twintigtal
mensen. Er kwam aanvankelijk weinig uit de bus. De tijd drong en er moest
kost wat kost een beiaardvereniging uit de 'konijnenhoed' getoverd worden.
Dat het menens was vertelt Gaston Van Den Bergh:
Problemen allerhande die tot onnodig uitstel dreigden te leiden, verdwenen als sneeuw voor de zon. De aarzelingen vielen weg en de beiaardiers kozen warempel een voorlopig bestuur. De dreigende mislukking moet reëel geweest zijn, want zelfs in 1963 haalde John Gebruers in zijn dankwoord (ter gelegenheid van de hulde voor zijn 65ste verjaardag), de figuur van Jef Van Hoof terug boven met de woorden: '... de schoonste bloem is inderdaad wel deze, die wijlen Meester Jef Van Hoof heeft geplant op 27 september 1954 met een lastige knoop door te hakken op die voor ons allen historische vergadering, waaruit de Oud-leerlingenbond der Koninklijke Beiaardschool van Mechelen ontstond ...'. Van Hoof had de doorslag gegeven.
Een witte pij maakte toen de lente nog, en pater Feyen haalde de meeste stemmen om voorzitter te worden. Hoe vleiend deze uitslag ook was, toch zag hij zich genoodzaakt de wat moeilijk opdracht als voorzitter af te wimpelen. Dankbaar voor al dat vertrouwen, kon hij met een edele geste zijn plaats verwisselen met die van de tweede verkozene, John Gebruers, de stadsbeiaardier van de Vlaamse metropolis Antwerpen, die niet wist wat hem overkwam, 'niet denkende dat uiteindelijk het lot op Jonas viel'. Gebruers werd dus voorzitter, Pater Feyen (Grimbergen), secretaris, en Adriaan de Groot (directeur van de Muziekacademie van Bergen-op-Zoom) penningmeester. Tijdens de Algemene Vergadering van 20 november 1954 werd zowel het bestuur als de naam van de vereniging Oud-leerlingenbond der Mechelse beiaardschool bekrachtigd. Jef Rottiers, auteur van 'Beiaarden in België' (1952) en een van de belangrijkste muzikale vertegenwoordigers van de 'Mechelse School', werd verkozen tot ondervoorzitter. Rottiers had zowat alle kwaliteiten die men van een goed schoolmeester verwacht: pedagoog, musicus, historicus, schrijver, verteller, tekenaar, schilder, handvaardig knutselaar, en vooral een begenadigd mens die met een dosis filosofie de moeilijkheden van het leven kon relativeren. Wat meer is: hij bezat al deze gaven in een benijdenswaardige mate, overgoten met een schalkse humor. Wat iedereen verwachtte, gebeurde ook: de stichters kregen al heel snel de wind in de zeilen (16) en Rottiers werd een van de boegbeelden van de vereniging.
Een energiek begin De eerste beiaarddag vond plaats in Meise op 24 april 1955. Daarna volgden de beiaarddagen elkaar snel op: in mei kwam Nieuwpoort aan de beurt, in juni Bergen-op-Zoom, (tussendoor de inauguratie van de beiaard van Edingen), in september Antwerpen, in oktober Mechelen (met Jaarvergadering). Op 20 november was het Ceciliafeest te Mechelen. Het bestuur van de OLB mikte op verschillende bijeenkomsten per jaar en dat werden er dikwijls vijf of zelfs meer. Op 15 maart 1956 bracht de OLB een bezoek aan de klokkengieterij Marcel Michiels in Doornik. Op 5 april werd een gelijkaardige studie-excursie ondernomen naar Eijsbouts en Petit & Fritsen. De beiaarddagen liepen als een zilveren lint doorheen de jaaractiviteiten alsof men veel achterstand had in te halen, en dat was ook zo. Lokeren kwam aan de beurt op 7 en 8 juli 1956 met in totaal veertien beiaardiers uit eigen land, Nederland, Frankrijk en Engeland. Clifford Ball (diploma 1926) werd in Lokeren gehuldigd voor zijn dertigjarig gediplomeerd beiaardierschap. Op 26 augustus had de beiaarddag plaats te Mol met 12 beiaardiers waaronder Wendell Westcott (diploma 1957). Een maand later trok het Bondsbestuur naar Rotterdam om deel te nemen aan de hulde van ons lid Ferdinand Timmermans, auteur van Luidklokken en beiaarden in Nederland. Hij was 65 jaar geworden en nam afscheid als stadsbeiaardier van Rotterdam. Er was altijd ergens een reden om te vieren of om op te treden. Op 4 november vond de Algemene Jaarvergadering plaats te Mechelen en op 22 november de Sint-Ceciliaviering eveneens te Mechelen. We kunnen uiteraard niet meer dan een sfeerbeeld geven van de ijver en de werkkracht waarover de jonge beiaardvereniging in die jaren beschikte. Het jaar 1957 was een bijzonder jaar omdat er voor het eerst een ontmoetingsdag van Belgische en Nederlandse beiaardiers (een 30-tal) te Amersfoort plaatsgreep. De twee verenigingen hadden elkaar gevonden voor het innemen van een gemeenschappelijk standpunt tegenover het elektronisch carillon van de Amerikaanse Firma Schulmerich, en tegen de elektronische klokken-spellen in het algemeen. Het nemen van gemeenschappelijke standpunten inzake beiaarden was een duidelijke stap in de richting van grensoverschrijdende samenwerking. Op middellange termijn zou die gemeenschappelijke samenwerking leiden tot het streven naar een Belgisch-Nederlands standaardklavier, dat de basis werd van een Europese standaard. Het mag ook een teken zijn van goede verstandhouding Noord-Zuid dat de directeur van de Nederlandse beiaardschool te Amersfoort, Leen 't Hart (diploma Mechelen 1950), trouw lid bleef van onze Oud-leerlingenbond tot zijn laatste levensjaar (1992), en vrij regelmatig van de partij was op onze Ceciliafeesten. De eerste beiaardwedstrijden Op 23 en 24 juli 1956 vond er een beiaardwedstrijd plaats in Hilvarenbeek met vijftien deelnemers: zeven uit Vlaanderen en acht uit Nederland. In de jury zaten Staf Nees (voorzitter), Sjef van Balkom, Ferdinand Timmermans en Romke De Waard. De eerste zes waren Vlamingen; Piet van den Broek en André Wagemans wonnen ex aequo de eerste prijs. In 1958 organiseerde Staf Gebruers een internationaal beiaardfestival te Cobh (Ierland) waar hij zijn zilveren jubileum vierde als beiaardier. John Gebruers, Jan Feyen, Ephrem Delmotte, Frans Vos, Géo Clément, Leen 't Hart, Clifford Ball, en Miss Denett waren erop afgekomen. Er was afgesproken dat er maximaal acht beiaardiers de reis (inclusief verblijf) op kosten van het inrichtend comité van Cobh konden maken. Aan het festival was voor het eerst een beiaardconcours verbonden. Het werd gewonnen door Frans Vos. Tweede werd Leen 't Hart. Schulmerich, de fabrikant van elektronische klokkenspellen die ook aanwezig was, mocht met veel woorden horen van het bondsbestuur en van de NKV dat zijn systeem goed genoeg was voor de stortplaats.
Van 21 tot 23 juni 1958 richtte de OLB een internationale beiaardwedstrijd in te Lokeren. Die werd gewonnen door André Wagemans. In totaal traden er 20 beiaardiers op uit verschillende landen. Er zat vaart in de bondswerking. Vermits de beiaardschool echter in principe elk jaar beiaardwedstrijden te Mechelen organiseerde, en ook de Nederlandse Klokkenspelvereniging op haar beurt traditioneel wedstrijden organiseerde aan de overzijde van de grens, werd dit initiatief eigenlijk overbodig geacht. Men liet het los om meer energie te kunnen besteden aan andere facetten van de beiaardkunst. Afscheid We kunnen hier niet voorbij gaan aan het groot verlies van een aparte figuur in de beiaardwereld op 24 april 1959. Het was Jef Van Hoof, de man met de geszler hoed, één van de medestichters van de Oud-leerlingenbond van de Mechelse beiaardschool. Enkele jaren voordien was zijn Liber amicorum verschenen in 'De Crans' vzw, met de steun van verschillende leden van de OLB Staf Nees, Pater Feyen, Staf Gebruers, Jef Rottiers, Gaston Van den Bergh, en met bijdragen van zijn vrienden Prosper Verheyden en oud-leerlingen Jef Rottiers, Willem Créman (stadsbeiaardier van Zwolle), Arthur Bigelow (beiaardier aan de universiteit van Princeton), naast uiteraard heel wat andere bijdragen van prominenten uit de kunstwereld. Zijn weduwe Mevrouw Estelle Lesseliers, steunend lid van de OLB, bleef tot 1983 altijd de Jaarvergaderingen en de Ceciliafeesten van de OLB bijwonen. Slechts een paar maanden na het afscheid van drie bondsleden die in 1964 overleden waren, met name Dick van Wilgenburg uit Enschede, Jack Paice uit Londen en de 51-jarige Staf Drossens uit Lokeren, overleed Staf Nees plots en totaal onverwacht voor het woonhuis van Jef Denyn. Dit gebeurde op 25 januari 1965. We maakten de uitvaartplechtigheid mee, in een kathedraal die afgeladen vol zat. Frans Vos zou met enkele andere collega's de beiaard bespelen voor de uitvaartdienst, maar hij kreeg de avond daarvoor zelf een hartcrisis. Hij heeft ze gelukkig overleefd en wordt dit jaar in volle gezondheid 92 jaar.
Directeur Staf Nees had onze vereniging steeds gesteund, en waar hij kon, was hij aanwezig op de activiteiten van de oud-leerlingenbond. Er werd een speciaal Bondsnieuws aan hem gewijd en ook Klok en Klepel bleef stilstaan bij de onverwachte dood van de meester-beiaardier. Zijn onverwacht afscheid was voor gans de beiaardwereld en in het bijzonder voor de school en de OLB een bijzonder traumatische ervaring. De OLB kon zich naderhand echter verheugen met de totale en nauwgezette medewerking van de nieuwe directeur, zijn opvolger Piet van den Broek, vandaag ere-lid van de Vlaamse Beiaard-vereniging. Piet van den Broek was niet alleen bereid om, als directeur van de Koninklijke Beiaardschool, deel te nemen als raadslid van de vereniging en dus alle vergaderingen mee te maken, maar hij stelde bovendien - na overleg met de Raad van Bestuur van de Koninklijke Beiaardschool - ook de lokalen van de beiaardschool ter beschikking van het bestuur om er te vergaderen. Had Staf Nees van zijn kant ook de beiaardschool niet ter beschikking gesteld om de vereniging op te richten? Het versterkte de band tussen de school en haar oud-leerlingen. Dieptepunt Jaren gingen voorbij. De veteranen die elk jaar van de partij waren, hadden intussen een hoge leeftijd bereikt. Het grote vuur van de eerste 15 jaar was gekrompen tot een miniem waakvlammetje. Het Bondsnieuws verscheen in 1970 slechts éénmaal. Het bestuur nam nauwelijks nog een initiatief buiten de steriel geworden Algemene Jaarvergadering. Die liet men voortaan samenvallen met het Ceciliafeest. Opnieuw ledenverlies wegens het overlijden van de beiaardiers Staf Gebruers, Willem Créman, Daniël Robins en Frans Chauvaux. In 1971 ging de malaise nog door en verscheen er andermaal slechts één Bondsnieuws van welgeteld drie bladzijden. Ook de muziekuitgaven bleven achterwege. De poging om een commissie beroepsbelangen op te richten tijdens de Statutaire vergadering, gebeurde zelfs met zogenaamde 'wilde' stemmingen (stemmingen ook door niet-gerechtigde leden). De leden van de commissie werden Piet van den Broek, Frans Vos, Eugeen Uten en Jo Haazen. Dezelfde procedure werd gevolgd voor het oprichten van een Adviescommissie voor Klokken en Beiaarden, waarin dezelfde leden plaatsnamen, aangevuld met Gaston Van den Bergh en Paul Bourgois. Van de eerste commissie is nauwelijks iets terecht gekomen. Voor de tweede riep Eugeen Uten de leden bij hem thuis te Brugge. Met de jaren werd de Adviescommissie - zij het onofficieel - uitsluitend nog uitgeoefend door Piet van de Broek en Gaston Van den Bergh. Het jaar 1972 was al niet veel beter dan de jaren '70 en '71. Er werden weer een aantal overleden beiaardiers betreurd: Kamiel Lefevere, Victor Van Geyseghem, Martha Veldemans, Louis Mergaerts en Nicolas Bruyn, allen oud-leerlingen van Denyn. De Oudleerlingenbond kwam in ernstige ademnood, overspoeld door meer en meer externe initiatieven waaraan de eigen medewerking uiteindelijk secundair werd. De grote gebeurtenis van 1972 was het Internationaal Beiaardcongres Mechelen-Amersfoort, ingericht te Mechelen door de Koninklijke Beiaardschool, wel overigens met medewerking van de OLB en meegevolgd door de vier klokkengieters Sergeys, Fritsen, Eijsbouts en Taylor. Er was opnieuw één Bondsnieuws, maar wat volumineuzer dan de vorige, met twee nummers in één uitgave. Vernieuwing De Jaarvergadering van 1 december 1973 is ons bijgebleven als een vergadering van een vereniging in diepe crisis. Het was een chaotische kennismaking met de Oudleerlingenbond op het slechtst mogelijke moment en op de slechtst mogelijke manier, zeker in de verhouding tot de verwachtingen die men van een vereniging van 'vrolijke sfeerscheppers der zingende torens' koesterde. In de grootst mogelijke verwarring en opwinding (vergelijkbaar met het over en weer geroep in het Parlement) werd het bestuur (in casu de voorzitter John Gebruers) ter verantwoording geroepen voor alles wat er mis liep. Sommigen stelden het ontslag van de voorzitter voor, maar die verdedigde zijn kandidatuur met het idee om zijn 4de lustrum te kunnen vieren. Daarop loofde Jo Haazen de 75-jarige Gebruers als onze grote leider, en deed de vergadering het voorstel om hem (vóór de verkiezing) reeds als ere-voorzitter uit te roepen. Toch wees Gebruers dit aanbod af en stelde zich opnieuw kandidaat om het roer van zijn schijnbaar zinkend schip in handen te houden. Hij kreeg echter niet minder dan vier tegenkandidaten in de ring! Na de aanstekelijke voorstelling trok één van de kandidaten voor het voorzitterschap zich terug: Jo Haazen. De uitslag van de verkiezing was duidelijk: twee leden stemden blanco alsof ze wilden aantonen hoe nutteloos de circusvertoning van de OLB toch wel (geweest) was. De overigen hadden gestemd hetzij op zichzelf, hetzij op een van de andere kandidaten. De uitslag: leerling Stephan von Berg, Eugeen Uten en voorzitter Gebruers kregen één stem. Tenslotte gingen alle overige (twaalf) stemmen naar Frans Vos. De uitgesproken keuze van een nieuwe voorzitter was een duidelijke keuze voor een nieuw beleid. Het had helemaal niets te maken met de persoon van de voorzitter. Frans Vos vroeg in alle sereniteit om Gebruers onder applaus tot ere-voorzitter te benoemen. Een daverend applaus sprak voor zichzelf. De tweede bestuursdaad van de nieuwe voorzitter bestond erin, de door de OLB aangestelde Adviescommissie voor Klokken en Beiaarden, die in Brugge begon te vergaderen ten huize van Eugeen Uten, terug naar Mechelen te roepen en haar zetel te vestigen in de Koninklijke Beiaardschool. De nieuwe voorzitter beloofde een vernieuwd profiel van de OLB in de snel ontwikkelende beiaardwereld. Dat zou ook gebeuren. Belgische Beiaardiersgilde (BBG) In het kader van de oprichting van een mondiale beiaardvereniging (zie 'Beiaard Wereld Federatie') werd de naam van de OLB in vraag gesteld. Hoe logisch en toepasselijk de naam bij de oprichting ook was geweest, de beiaardwereld begon er anders uit te zien. Er was een anomalie ontstaan tussen het lidmaatschap van de Oudleerlingenbond van Mechelen en de leden die nooit te Mechelen hadden gstudeerd. Trouwens, als er een Franse, Amerikaanse en Nederlandse gilde was, waarom dan geen Belgische gilde? De knoop werd doorgehakt in 1974. De statuten werden grondig herzien en aangepast. Het nieuw logo werd een klok, omkranst met de naam van de vereniging in de drie landstalen: Belgische Beiaardiersgilde, Guilde des Carillonneurs de Belgique, Belgische Gilde der Glockenspieler (BBG). Er werd nog gediscussieerd over Gilde der Glockenspieler of Glockenspiel Verein, maar de laatste benaming werd niet aangenomen. Eén van de eerste positieve gevolgen was, dat nu ook beiaardbezittende gemeente-besturen en bibliotheken lid van de 'Belgische' beiaardvereniging konden worden. De BBG brak ook met de traditie om de Jaarvergadering steeds maar in Mechelen te houden. In 1977 vond de Jaarvergadering plaats te Leuven, in 1978 te Sint-Niklaas. Dan volgden Mechelen (1979), Grimbergen (1980), Lier (1981), Mechelen (1982), Halle (1983) enz. In 1982 werd de Belgische Beiaardiersgilde omgevormd tot een vzw. Bestuursvoorzitter Frans Vos vroeg en kreeg hiervoor de medewerking van Dr. Jur. Paul Felix Vernimmen. Het Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 4 februari 1982, verscheen in Bondsnieuws 81-82. Er waaide een verfrissende wind doorheen de vereniging. De BBG verspreidde een folder met de speeldagen en -uren van alle Belgische beiaarden. De folder werd gesponsord door het Gemeentekrediet, gedrukt op 7.000 Franstalige exemplaren en op 13.000 Nederlandstalige, en verspreid over het gehele land. De BBG bereikte in 1985 de kaap van om en bij de 150 leden. Na een historisch dieptepunt in de zeventiger jaren was er een grote weg afgelegd.
Tijdens de Jaarvergadering van 22 november 1985 te Hasselt, hield Frans Vos zijn afscheidsrede. Hij bedankte voor de hulp en het vertrouwen dat hij gedurende 12 jaar had mogen ervaren en stelde zich niet meer herkiesbaar. Frans Vos die ook de voorgeschiedenis van onze vereniging kende, maakte er een zinspeling op: 'Ik hoop dat het nieuwe bestuur de groeiende problemen, zowel structurele als persoonsgebonden, met overleg zal bespreken en oplossen. Ons land is bekend als het land van compromissen, ook voor de Gilde zal deze waarheid blijven.' Onder langdurig applaus wisselde hij, op voorstel van eerste secretaris Jan Feyen, het voorzitterschap met het ere-voorzitterschap van de BBG. Tijdens dezelfde Jaarvergadering werd de ere-beiaardier van Breda, Peter Maassen gehuldigd als gouden jubilaris (diploma 1935). Op 4 december 1985 kwam de nieuwe beheerraad bijeen te Mechelen en koos Noël Reynders als nieuwe voorzitter. In het bestuur zaten verder Jan Feyen, ondervoorzitter, Renaat Vansteenwegen, penning-meester, Frank Deleu, secretaris, Jos D'hollander en Marc Knops, en als raadsleden Frans Vos, ere-voorzitter, en Piet van den Broek, ere-directeur van de Koninklijke Beiaardschool. Ook Gaston Van den Bergh werd uitgenodigd om raadslid te blijven, doch hij verkoos alleen nog mee te werken aan de redactie van het Bondsnieuws. Ook Jo Haazen was als directeur van de KBS welkom op de vergaderingen. De nieuwe voorzitter nam op zijn beurt de plaats in van Frans Vos in de Beheerraad van de Koninklijke Beiaardschool. Vlaamse Beiaard-vereniging (VBV) Als gevolg van de verdere Staatshervorming die tot de federalisering van ons land leidde, ontstond een nieuwe politieke situatie. De Vlaamse Gemeenschap kreeg eigen bevoegdheid o.m. op gebied van cultuur. Dit hield in dat het Vlaams Ministerie van Cultuur enkel Vlaamse verenigingen aanvaardde voor subsidies. Wat met de 'Belgische Beiaardiersgilde'? De benaming 'Belgisch' moest er officieel uit, precies zoals 75 jaar geleden de naam 'Zuid-Nederlands' eruit moest! Niet alleen de naam, maar ook de Statuten dienden te worden veranderd. Het BBG-bestuur stelde voor om de naam te wijzigen in Vlaamse Klokkenspel Vereniging. De motivatie was vooral van historische aard: de roots van onze vereniging gingen eigenlijk toch terug naar de Algemene Klokkenspelvereniging. Deze naam komt symbolisch sterk over tegenover de rest van de beiaardwereld die buiten het historisch beiaardgebied ligt. Natuurlijk, het eindresultaat zou er vandaag wellicht niet anders hebben uitgezien. De BBG liet haar leden kiezen uit verschillende namen: Vlaamse Beiaardvereniging - Vlaamse Klokkenspelvereniging - Vlaamse Beiaardiersgilde - Vlaamse Beiaardiers-vereniging. We leven in het land van compromissen en het woord 'klokkenspel' werd vervangen door 'beiaard'. Het werd dus Vlaamse Beiaardvereniging, afgekort VBV. Het ouderwetse 'gilde' werd weggestemd. Het woord 'beiaard' is anderzijds wel een typisch Vlaams woord, dat reeds in de 13de eeuw in het Oost-Vlaamse dierenepos 'Van den Vos Reynaerde' voorkomt (17) en daar viel toch ook iets voor te zeggen. Edmond De Vos, 2de secretaris van de VBV, jarenlang trouw lid van de Raad van Beheer en symbolische vertegenwoordiger van de Waalse zustervereniging, bood hierop willens nillens zijn eervol ontslag aan in het bestuur (zonder uit de VBV te stappen) om de AACW (later ACW) mede op te richten naar de spelregels van de nieuwe Staat. De naamsverandering van onze vereniging bracht ook een verandering mee van logo. We moesten alleen nog iemand vinden die een zinnig logo kon voorleggen. Die vonden we in de persoon van Karl Meersman uit Temse, een internationaal gelauwerd figuur die de beiaard een warm hart toedraagt. Hij is een veelzijdig ontwerper, mondiaal bekend als cartoonist (Meersman is onlangs nog als cartoonist in 'Trends' uitgeroepen tot de 'Castar van het jaar 2003'). Zijn werk is niet alleen regelmatig in Knokke te zien, maar ook in Amsterdam, Wenen, New York ... Hij is ook ontwerper van postzegels en dergelijke meer. Meersman verklaarde zich enthousiast bereid om (kosteloos) een ontwerp te maken voor de VBV, en vroeg enkele dagen tijd. Vanuit het idee 'klok' ontwierp hij de voorletters van onze verenigingsnaam. Het werd een staaltje van vakkennis. Onze beiaardvereniging kreeg een nieuw gezicht met een nieuwe logo, het tijdschrift een verjonging en een nieuwe adem. Op 2 mei 2000 werd Carl Van Eyndhoven de nieuwe voorzitter van de Vlaamse Beiaardvereniging. De initiële doelstelling van de VBV is het promoten van het enige instrument dat de Vlaamse cultuur heeft voortgebracht via zijn belforten (werelderfgoed) en de kunst die er uit voortvloeit in al zijn aspecten. Dit gebeurt hoofdzakelijk langs drie belangrijke kanalen die voorzitter Carl Van Eyndhoven professioneel aanpakt met een enorme dynamiek en vanuit een 'breedhoeklensvisie'. De grote middelen zijn goed genoeg.
We denken bijvoorbeeld aan de bijna 'structurele promotie' via de VRT. Belangrijke evenementen rond de beiaard krijgen een stem in klara (voorheen BRT-3). Enkele voorbeelden: klara in Diest, klara in Lier, klara-interview met Koen Van Assche over de medewerking van de VBV met Amnesty International, klara op de Dag van de Beiaard, klara op Open Monumentendag, het klara-interview over het Gentse beiaardboek van Jos D'hollander 'Van Klok tot Beiaard', het interview op klara met Luc Rombouts over literatuur rond klokken en beiaarden en nog zoveel meer. Kortom, de Vlaamse beiaardcultuur krijgt - naast heel wat lokale - ook nationale aandacht en dat werkt. Het is niet te verwonderen omdat de VBV-voorzitter en zijn ploeg daar met een stevige poot tussenzitten. Een andere sterke vorm van promotie gebeurt via een ander kanaal: de website van de VBV. Deze vernieuwing in de communicatiewereld brengt de werking van de VBV en de promotie van de beiaard in een mondiale dimensie. De multimediale impact van internet is niet meer in te schatten en zeker niet meer te stuiten. Slechts één recent voorbeeld. Via de website en e-mail werden alle Vlaamse beiaardiersleden opgeroepen om mee te werken aan Amnesty International. Op 10 december klonk uit twintig verschillende torens "Imagine" van John Lennon onder het motto: "Vlaamse beiaardiers hangen mensenrechten aan de grote klok". Dat de VBV nu ook een dergelijk mediawapen benut, is een vernieuwing die voor de vereniging een ander tijdperk inluidt. Een derde belangrijke vernieuwing is het tijdschrift van de Vlaamse beiaardiers, het VBV-Magazine. Niet alle lezers hebben een website. Een boek of een tijdschrift is trouwens een tastbaar en onmisbaar gezelschap voor alle geïnteresseerden. Het VBV-Magazine vormt een belangrijke schakel tussen de informatie op het internet en het aanreiken van die informatie aan de lezer. Er is echter nog veel meer dan internet-informatie. Rubrieken en de artikels die een exclusieve bijdrage vormen voor het VBV-Magazine, geven aan het tijdschrift een belangrijke meerwaarde die het internet niet kan bieden. Ook hier speelt de 'breedhoeklensvisie' van de voorzitter en zijn naaste medewerkers een rol. Tot besluit Beiaardverenigingen zijn in de wereld van de musici zeldzaam. Beiaardiers zijn dat eigenlijk ook. Er bestaat geen pianisten(wereld)federatie, ook geen nationale of zelfs lokale, in tegenstelling tot onze vereniging. Beiaardiers hebben zich sedert het eerste kwartaal van de 20ste eeuw verenigd rond hun instrument dat ze koesteren, en dat is uniek. Het schept banden, maakt onverwacht vrienden. Uit dit kort bestek blijkt dat er niet alleen in Nederland, maar ook in ons land vanaf het eerste kwartaal van de 20ste eeuw grote belangstelling bestond voor dergelijke vereniging. Niet zozeer de beiaardcultuur dan wel de politiek heeft zijn rol gespeeld in de evolutie ervan, heel in het bijzonder in die van de VBV. De talrijke naamsveranderingen die ze onderging, liegen er niet om, maar de feniks verrees steeds opnieuw uit zijn as. De sterkste heropstarting evenwel gebeurde op 27 september 1954. En wat zien we? Deze keer namen de beiaardiers zelf het heft in handen. Vergelijkbare stichtingen volgden op of uit de onze. De Guilde des Carillonneurs de France werd op 5 mei 1966 boven de doopvont gehouden door ... vier leden van onze OLB, met name Jacques Lannoy, Alfred Dubois, Louis Delapierre en Jacqueline Goguet. Het sneeuwbaleffect leidde uiteindelijk tot de oprichting van de Beiaard Wereld Federatie (waarin de Nederlandse taal een van de drie officiële talen is). Het oprichten van een dergelijke vereniging is zelfs de organisten nooit gelukt. Beiaardverenigingen zijn de steunpalen van de beiaardcultuur. De piramidale bouw van de BWF is nuttig als mondiaal gestructureerd informatiekanaal dat veel return geeft, maar helemaal onderaan zitten de lokale verenigingen, de werkbijen die de nectar aanbrengen. We hoeven slechts te kijken naar de organisatie van het postcongres (1992) door de BBG en het congres (1998) door de VBV in ons eigen land, waarin de lokale verenigingen die geankerd zijn in de VBV een fundamentele rol speelden. We zijn na 50 jaar (pas) aan een vierde voorzitter toe. Ze hebben elk met hun eigen ziens- en werkwijze en met hun eigen mogelijkheden of beperktheden de vereniging gediend en geleid. Onze vereniging telt vandaag om en bij de 200 leden (zie bijlage II). We doen hierbij een gelukkige vaststelling, namelijk dat de VBV verder groeit en tegelijk verjongt. We stellen bovendien vast dat de verjonging een steeds toenemende kracht met zich meebrengt (de gemiddelde leeftijd van het huidige bestuur ligt beneden de 40 jaar!) terwijl de voorzitter slechts 45 jaar is. Hij en zijn jonge medewerkers staan borg voor de steeds nieuwe uitdagingen en eeuwig jeugdige vooruitgang van momenteel een van de schitterendste verenigingen van beiaardiers in de wereld, nu ook in het goud: de Vlaamse Beiaardvereniging. Ad multo annos! |
||
|
organisatie | informatie | concertkalender | publicaties | contact | home |
||