![]() |
|
||||||
|
|
|
|
Het ontstaan van de Europese standaarmaat voor beiaardklavieren, |
||
|
Beiaardiers speelden vroeger alleen maar in hun eigen 'ivoren' toren. Aan onderlinge uitwisseling van speelbeurten hadden ze helemaal geen behoefte. Er bestond nergens een beiaardschool, de beiaard behoorde trouwens tot de instrumenten van de 'ongeschreven traditie', er waren dus geen muziekpartituren voor beiaard, tenzij uitzonderlijk een met de hand geschreven beiaardboek met eigen bewerkingen. Elke beiaardier had bijna zijn eigen klaviermaten die hij of zijn voorganger het beste vond. Van beiaardconcours was er helemaal geen sprake, tenzij (uitzonderlijk) in functie van een sollicitatie. In 1892, het jaar dat Denyn de tractuur van de Mechelse beiaard naar zijn ideeën had ingericht, startte hij met zijn maandagavondconcerten. Het werd de kiem van een vernieuwing die niet meer te stuiten was. Ze leidde tot de zogenaamde 'Mechelse standaard'. In 1910 legde Denyn de 'Mechelse standaard' officieel vast (hij was toen reeds 23 jaar stadsbeiaardier van Mechelen). In 1919 propageerde de AKV Denyns' vernieuwingen en de 'Mechelse standaard' (18) In 1929 adviseerde de NKV (tot in 1927 nog AKV) de Mechelse standaardmaten, maar (opnieuw) met de pedaalkeuze Vlaams of Hollands pedaal (!) en dus grotendeels bepaald door de keuze van het repertoire. In 1949 modificeerde de NKV de Mechelse standaard die men (spijts minimaal verschil) Nederlandse standaard ging noemen. Dit gebeurde na overleg met de Rijksadviescommissie, met de NKO en met de RKO (19). Het aantal klavieren met een Hollands pedaal verdween echter zienderogen. In 1973 werd de Nederlands-Belgische Klavier- commissie opgericht om (opnieuw) tot unificatie te komen van de beiaardklavieren. Deze commissie zou later een actieve rol spelen in de Klaviercommissie van de BWF. Het voorlopig comité voor de eenmaking van de beiaardklavieren (BWF / Sub-comité Klavieren) kwam in 1976 voor het eerst bijeen te Asten (NL) (20). Dit comité beperkte zich tot het verzamelen van inlichtingen. De tweede vergadering greep plaats te Mechelen in functie van een van de agendapunten voor het congres 1978 te Amersfoort. De BBG wijdde in 1979 een extra uitgave van Bondsnieuws aan alle verzamelde inlichtingen. Dit extra Bondsnieuws werd volledig opgemaakt door Noël Reynders als lid van de Belgische klaviercommissie. Een voordeel was dat de Nederlandse, Belgische en Deense klaviermaten zeer dicht bij elkaar lagen. Een Noord-Europese standaard was op korte termijn haalbaar. De BBG verdedigde een compacte klavierbouw net zoals Nederland (manuaaltoets tot manuaaltoets 46mm) waarvoor we verwijzen naar de literatuur in de verschillende vaktijdschriften en in de organen van de verenigingen. Het grote probleem ligt niet steeds bij de ergonomie alleen (hoe belangrijk die uiteraard ook is), maar ook in een ander uitgangspunt van speelopvatting, zelfs gerelateerd aan verschillende culturen. Het verschil van ontwikkeling in de speeltechniek vormen op hun beurt technische differentiaties zoals het bepalen van hefboomwerking, diepgang van de toetsen, toetsafstanden (verschil Amerikaanse-Europese standaard!), toetslengtes enz. Het heeft zelfs invloed op de componeerwijze van beiaardmuziek. Persoonlijke voorkeur verscherpte nog dit probleem. Toch werd men er zich meer en meer van bewust, dat de enige uitweg om ooit tot wereldstandaard te komen, enkel via (zinvolle) compromissen kan. Het enige alternatief is: geen standaard. Op 18 maart 1981 wijzigde de BBG het verschil van diepgang van de witte en zwarte manuaaltoetsen naar eenzelfde diepgang (66 mm) zoals de Nederlandse, om vanuit een witte toets ook de bijliggende zwarte toets met één hand te kunnen aanslaan. Denyn had zijn verschil van diepgang gebaseerd op het element kracht. De BBG verlengde de manuaaltoetsen met één centimeter, en de afstand manuaal-pedaal werd vergroot tot 76 cm. Denemarken (vertegenwoordigd door Bendt Gammeltoft-Hansen en Peter Langberg) hanteerde vergelijkbare klaviermaten als de onze. Jarenlange discussies hebben dan toch geleid tot een compacte Noord-Europese standaard. Na de aansluiting van Frankrijk (via de officiële vertegenwoordigers Eric Brottier en Jean-Christophe Michallek) kwam de Europese standaard in het vizier. Het was in het bijzonder voor Frankrijk een grote verbetering: Fransen en Amerikanen hadden bijna zoveel soorten klavieren als beiaarden, vergelijkbaar met de 19de-eeuwse toestanden bij ons. Op 24 april 1983 ontmoetten BBG-voorzitter Frans Vos, adviescommissieleden Noël Reynders en Jos D'hollander (nogmaals) hun Nederlandse collega's w.o. NKV-voorzitter Jacques Maassen, Arie Abbenes, Herman Kruijer, (lid BWF klaviercommissie) en André Lehr (die de standaard zou realiseren voor de KULeuven) elkaar te Asten namens de onderscheiden besturen. De Nederlandse commissieleden waren het eens geworden om de trend naar de standaardisatie (reeds in 1919 een van de doelstellingen van de AKV, nu van de BWF) in de startblokken te zetten. Uiteindelijk werd de overeengekomen Europese standaard deels het resultaat van afmetingen die ontleend waren aan oude klavieren van beide landen, gekoppeld aan het resultaat van jaren vergelijkend onderzoek met de 20ste-eeuwse opvattingen. Frans Vos sprak als voorzitter van de BBG en als vice-president van de BWF na de (laatste) vergadering in Asten, terecht en met trots over een historische gebeurtenis in de beiaardwereld. Op 7 oktober 1983 opende Piet De Somer, Rector van de KULeuven, de Academische zitting die de proclamatie van de Noord-Europese standaard voorafging. Ze werd bijgewoond door vertegen-woordigers van de BWF, de BBG, en de NKV, Margo Halsted (Amerikaanse Ingenieursvereniging), Minister-voorzitter van de Vlaamse Regering Gaston Geens, talrijke beiaardiers en personaliteiten uit binnen- en buitenland. De Noord-Europese standaard voor beiaardklavieren werd officieel ondertekend door Todd Fair, Bernard Winsemius, Frans Vos en, namens de sponsors van de beiaard, door Margo Hasted. Later tekenden ook Peter Langberg (vertegenwoordiger van de DKL) en Jacques Lannoy (GCF), zodat we officieel konden spreken over een Europese standaard. Deze historische gebeurtenis bracht de Europese beiaardlanden dichter bij elkaar. Belangrijkste eisen van de VBV (gesteund door de NKV) waren de hart-op-hartafstand van de toetsen in manuaal en pedaal. en de ligging manuaal-pedaal. Na de toespraken en receptie gebeurde de presentatie van de Leuvense universiteitsbeiaard die te volgen was op groot scherm. Een lange en steile weg was afgelegd. |
||
|
Jos D'hollander |
||
|
organisatie | informatie | concertkalender | publicaties | contact | home |
||