Home
 
 

 

Een voorbeeld van een 18de-eeuwse privé-muziekbibliotheek in de Nederlanden
Het muziekmateriaal van het familiearchief Di Martinelli


Veronique Verspeurt, 03/2003

 

In het artikel over Diest (zie website: "Diest en de beiaardiersfamilie De Decker") kan u een uitgebreid artikel lezen over deze beiaardiersfamilie uit de 18de eeuw. In dit artikel analyseert Veronique Verspeurt de muziekbibliotheek van één van de meest vooraanstaande families uit Diest.1 Algemeen is dit één van de meest complete bronnen voor de beiaardier op zoek naar typische 18de eeuwse speelmuziek. Zo vindt u bv. onder 'didactisch materiaal' de vier speelboekjes waaruit een selectie werd gemaakt in de vorige muziekbijlage.

Het familiearchief Di Martinelli wordt bewaard in de Centrale Universiteits-bibliotheek van de Katholieke Universiteit van Leuven (P206 in de bibliotheek-cataloog). Het omvat een aanzienlijk aantal muziekhandschriften en -drukken, gecomponeerd of gebruikt door verschillende musici uit de Di Martinelli-familie. Deze muziekverzameling wordt in dit artikel met de naam het Di Martinellifonds benoemd. De collectie heeft bijna volledig deel uitgemaakt van een redelijk omvangrijke muziek-bibliotheek die de familie bezat vanaf het begin van de 18de eeuw. Een groot deel werd waarschijnlijk verzameld door de pater familias Guillelmus-Carolus Di Martinelli (1661-1728).2 Hij was viool-leraar, schoolmeester en zangmeester aan de St. Sulpitiuskerk te Diest vanaf 1695. Zijn zoon Antonius (1687-1748) en zijn kleinzoon Johannes-Antonius (1730-1818) werkten eveneens voor deze kerk, doch niet als zangmeester maar wel als (eerste) violist en vioolleraar. Antonius was in dienst van 1729 tot 1748, Johannes-Antonius van 1751/52 tot vermoedelijk aan de Franse Revolutie.3

Het Di Martinellifonds omvat 65 handschriften en 32 drukken; het grootste deel bestaat uit muziek voor strijkers, een kleiner deel uit vocale kerkmuziek.


"De Belegeringe van Diest", uit handschrift D van de Speelmansboekjes
Familiearchief Di Martinelli (P 206), KU Leuven


Een beknopte beschrijving van de drukken (4)

Als men de drukken op een tijdslijn plaatst, kan men zien hoe tien drukken uit de collectie dateren uit een vroegere periode dan de rest: namelijk vanaf het einde van de 17de eeuw tot en met 1714. De andere drukken werden in de tweede helft van de 18de eeuw en in de 19de eeuw gedrukt. Merkwaardig genoeg bevat het Di Martinellifonds geen drukken uit de periode 1714-1750.

Op de bundel van Bibers vioolsonates na, werden alle drukken gepubliceerd door Hendrik Aertssens in Antwerpen of door Estienne Roger in Amsterdam. Dit is een betrekkelijk normale situatie gezien ze in die periode de twee belangrijkste muziekuitgevers van de Nederlanden waren. Interessant in verband met de drukken van Estienne Roger is dat ze allemaal5 werden geadverteerd in zijn drukkerscataloog van 17126, waarin ook een druk van een zekere Mr. Martinelli beschreven staat: Ravenscroft alias Redieri opera seconda, Sonate à tre, due violini e Basso continuo, seconde édition augmentée de deux sonate de Mr. Guido & de deux de Mr. Martinelli, tous quatre aussi à deux violons & basse continue.7

De inhoud van de collectie Missen en motetten

De kerkmuziek in het Di Martinellifonds bestaat uit 6 missen, waaronder 1 requiem en 31 motetten. De partijen van al deze werken werden in één exemplaar bewaard. Conform aan de praktijk in andere collecties met kerkmuziek uit die periode werden noch schetsen, noch directiepartituren voor deze muziek in het Di Martinellifonds gevonden.

Vijf missen zijn anoniem; één mis vermeldt de naam van de Nederlandse componist Marcus Teller (bloeiperiode 1715-1727). Hij is gekend als componist van katholieke kerkmuziek. Maar of deze mis van zijn hand is, kon niet worden achterhaald. De missen werden nogal traditioneel gezet - een 4- tot 6-stemmig koor met begeleiding van strijkers en basso continuo. Ook de muziek is zeer conventioneel. Het requiem lijkt het meest interessante stuk.

Negen motetten bevatten de vermelding Ex Cartis G:C: di Martinelli. Muzikaal bevatten deze negen motetten gelijkaardige trekken waardoor men zou kunnen aannemen dat ze geschreven werden door dezelfde persoon. Zeven van deze motetten werden gecomponeerd voor Canto solo met begeleiding van een merkwaardig grote strijkersbezetting. Op alle partijen van het motet In te Domini speravi - het handschrift nr. 14 - bevindt zich de handtekening D.M. en datum script: 1 augusti 1737. De andere twintig motetten zijn anoniem. Tot nu toe kon slechts één hiervan geïdentificeerd worden: het motet O dilectissime van Joseph-Hector Fiocco (1703-1741), die van 1737 tot 1741 zangmeester van de St. Goedele-kathedraal in Brussel was.8 Het werk bevond zich in de St. Goedele-muziekbibliotheek waarvan het oudste deel nu in de bibliotheek van het Koninklijke Muziekconservatorium te Brussel bewaard wordt (cataloognr. 33798). In het Di Martinellifonds bevindt zich enkel een altvioolpartij van het werk, de andere partijen ontbreken. Deze partij is getekend 1751 / Finis en is daarom een van de meest recente handschriften uit de collectie. Het motet van Fiocco is niet de enige band van het Di Martinellifonds met de St.Goedele-muziekbibliotheek in Brussel. Een ander motet uit het Di Martinelli-fonds op de minder courante tekst Congratulamini fideles kan ook gevonden worden in de grote Brusselse kerkbibliotheek (cataloognr. 34046 in het Koninklijk Conservatorium van Brussel). Ook in Brussel is dit werk anoniem overgeleverd.


"De Bredasche Kermis", handschrift D van de Speelmansboekjes


Andere vocale muziek

Het Di Martinellifonds bevat slechts twee documenten met profane vocale muziek: een bundel met zowat 40 Franse drinkliederen Recueil d'airs à boire de differents maistres à deux en enkele meer recente liederen op teksten van Adolph Parte en muziek van Louis Abadie.9 Het Recueil bevat duetten voor twee verschillende stemmen en enkele terzetti en sololiederen. Het drinkliederenboek lijkt op de nogal populaire bundels Recueil d'airs sérieux et à boire die op het einde van de 17de eeuw en begin 18de eeuw in Parijs en Amsterdam werden uitgegeven.10 De Recueil d'airs à boire à deux parties van Michel de la Barre (ca. 1675-1743 of 1744) door Boivin uitgegeven in 1724 lijkt vanwege de gelijkaardige titel het meest aangewezen startpunt om te zoeken naar concordanties.


Instrumentale muziek

Er bevinden zich 254 instrumentale composities in het Di Martinellifonds. Het gaat hier zowel om handschriften als om drukken. Van deze werken zijn er 202 voor kleine kamermuziekgroepen zoals duo's, vioolsonates en triosonates; 55 andere stukken zijn voor een groter ensemble te starten vanaf sonatas a 5 tot concerti grossi en symfonieën. Ongeveer 35% van de muziek is onvolledig.

De meeste werken in handschrift werden anoniem overgeleverd en dateren van het begin van de 18de eeuw. Van de enkele werken waarvan de componist gekend is, zijn er eerst en vooral de composities van de Di Martinelli's: een triosonata en drie sonata a 6 door Guillelmus-Carolus Di Martinelli, 53 dansbewegingen van een zekere Martinelli, een concerto grosso van M:di M. en een andere triosonate van DM en MD. Verder is er een compositie van Antonio Vivaldi (1678-1741). Dit is eigenlijk een bewerking van een concerto (RyoV.355) als sonata a 4. Er is ook een sonata a 6 van de hand van een zekere Signor Rubini en 12 Symphonia del Signor Italo a 4.11 Tenslotte zijn er twee handschriften met werken van meer recente componisten. Het eerste bevat twee symfonieën op. 2 nr. 5 en 6 door Friedrich Schwindel (1737-1786).12 In het tweede vindt men zes sonates op. 8 door Guillaume-Gommaire Kennis (1717-1789), die kapelmeester was aan de St. Pieterkerk te Leuven. Het Schwindel handschrift zou een autograaf kunnen zijn, vermits het op verschillende partijen met die naam werd ondertekend. Tot hiertoe werd slechts één anoniem stuk ook buiten het Di Martinellifonds gevonden: de vierde sonate in de bundel Quatuordieci sonati a 4 instr: da varii auctori pertinent ad A.D.M. [Antonio Di Martinelli] 23 februarij anno 1719. Het werd als concerto beschreven in een manuscript dat zich te Wenen bevindt.13 Het muziekincipit van de eerste beweging van de derde sonate uit de Quatuordieci sonati is identiek met een van de Robert Valentine's sonata's 1711 in Londen.14 Een meer nauwkeurige identificatie vraagt verder onderzoek.

Bij de drukken in de collectie instrumentale muziek van het Di Martinellifonds bevindt zich een anonieme druk: Six sonates en duo pour deux violons, gedrukt door Jean François Maswiens te Leuven. Het fonds bevat ook vijf andere drukken van diezelfde drukker. Dat relatief grote aantal drukken van deze Leuvense uitgever is uiteraard te verklaren door de nabijheid van Leuven bij Diest. Van deze zes drukken zijn er twee unica: de Clavier-Parthien van Johann Anton Kobrich en de zes vioolsonates van Nicola Francesco Haym (Haim) (1678-1729)15 en Martinello Bitti. Een andere belangrijke druk uit het Di Martinelli-familiearchief is de bundel met 12 vioolsonates van Petrus Hercules Brehy (1673-1737) gepubliceerd door Aertssens in 1700 te Antwerpen.

Deze instrumentale muziek diende niet alleen voor privé-gebruik door de familie Di Martinelli. Wanneer men de functies die de familie in de St. Sulpitiuskerk te Diest bekleedde in het achterhoofd houdt, dan werd het materiaal hoogstwaarschijnlijk ook tijdens de verschillende diensten in de kerk gebruikt. Daarenboven bevat het fonds ook muziek die voor didactische doeleinden door de muziekleraars in de Di Martinelli-familie werd gebruikt. Tot slot mag men niet vergeten dat het 'concert van Dienst', een plaatselijke muziekmaatschappij, van wie we weten dat enkele leden van de Di Martinelli-familie er in meespeelden, dit muziekmateriaal mogelijk ook gebruikten. Een aanwijzing hiervoor vindt men in een nota op de Kobrich druk van 1752 van het Di Martinellifonds: aen het concert van Diest. Bovendien vindt men ook namen uit enkele prominente families van Diest op de muziekdrukken - Van den Hove en Cantillion - wat er ook op wijst dat anderen deze muziek gebruikten.


Het didactisch muziekmateriaal

Vermits enkele leden van de Di Martinelli-familie de functie van muziekleraar bekleedden, moet het ons niet verbazen om in hun nalatenschap muziekdidactische werken te vinden. De Di Martinelli-muziekbibliotheek omvatte minstens drie muziektraktaten in handschrift,16 een Franse vertaling van Leopold Mozarts Versuch einer gründlichen Violinschule in druk en een met de hand gekopieerde cello-methode van Bonaventure Tillière.17 Waarschijnlijk dienden ook de vier kleine muziekboekjes, tegenwoordig gekend als de vier speelmansboekjes in het Di Martinellifonds voor het muziek-onderricht in de familie. Vandaar dat men hierin verschillende notities van de kinderen Di Martinelli vindt.18 Tot hiertoe werd slechts één van de drie muziektraktaten geïdentificeerd: een Nederlandse vertaling door Estienne Roger van het in de 18de eeuw zeer populaire Guillaume Gabriel Nivers' Traitté de la composition de musique.19 De kopij in het Di Martinellifonds bevat echter enkel het derde hoofdstuk over het schrijven van contrapunt. Het tweede traktaat bevat een basis van de muziektheorie met een lijst van de verschillende sleutels en een korte inleiding over Gregoriaanse zang. Het derde traktaat is een fragment van een meer uitgebreid Frans werk en behandelt de regels van de harmonie. Samen vormen deze drie theoretische werken een volledig overzicht in de muziektheoretische opleiding voor kerkmusici: notenleer, harmonie, contrapunt en Gregoriaans. Op het eerste zicht lijkt Tillière's Methode pour le violoncelle een nauwkeurige kopie van de Parijse druk uit ca. 1774 van Bailleux.20


Besluit

Hoewel het onderzoek over deze verzameling muziek verre van afgesloten is, is het nu al duidelijk dat deze collectie van groot belang is voor de studie van de 18de-eeuwse muziekpraktijk in de Nederlanden. Heel wat elementen wijzen naar het muziekleven in Diest. Vooral de talrijke verwijzingen naar feesten, historische feiten en prominente families van Diest in de vier speelmansboekjes zijn zeer expliciet.21 Ook de rest van de verzameling bevat heel wat indicaties die deze muziekbibliotheek in het centrum van het muziekleven te Diest plaatst: de namen van familie's als Van den Hove, De Decker, Cantillion en natuurlijk Di Martinelli op de titelpagina's van bepaalde stukken; de aanwezigheid van plaatselijke componisten als Brehy (Brussel), Loeillet (Gent), Kennis (Leuven); en het voorkomen van een relatief groot aantal drukken van belangrijk drukkers uit de Nederlanden zoals Aertssens (Antwerpen), Roger (Amsterdam) en Maswiens (Leuven). Tot slot is ook het papier van de handschriften uit het fonds typisch voor de Nederlanden.22 De studie van het Di Martinellifonds is echter niet alleen van belang voor de plaatselijke muziekgeschiedenis, doch bevat een aantal aspecten die onze kennis over de Europese muziekgeschiedenis van de 18de eeuw kan verrijken. Er werd reeds gewezen op de unica in het fonds zoals Kobrichs Clavier-Parthien en de sonates van Haym en Bitti. Ook bepaalde drukken van de Leuvense drukker Maswiens waren tot nog toe onbekend. Tot slot bevindt zich in het muziekmateriaal van het Di Martinelli familiearchief een zeer interessant handschrift met een unieke selectie van virtuoze vioolsonates die reeds de aandacht trok van menig onderzoeker en musicus.23 d


Voetnoten

1 Dit artikel is een aangepaste, naar het Nederlands vertaalde en ingekorte versie van: V. VERSPEURT, "The music material of the Di Martinelli Family Archive: A case study of an eighteenth-century private music library in the Netherlands," in Yearbook of the Alamire Foundation, 4, Leuven-Peer, 2000, p. 111-129.

2 De familienaam Di Martinelli werd tot in de tweede helft van de 18de eeuw in alle muziekhandschriften met een kleine d (di Martinelli) geschreven.

3 Biografische informatie uit E. SCHREURS en G. HUYBENS, "Beknopt overzicht van het muziekleven te Diest in de 18de eeuw. Aperçu de la vie musicale à Diest au XVIIIe siècle", in T'Haegelant. Vier 18de-eeuwse muziekboekjes uit Diest. Quatre recueils de musique du XVIIIe siècle de Diest. Familiearchief Di Martinelli (P206) KULeuven, Peer, 1995, p. vii-xiii. Zie ook E. SCHREURS, "The Di Martinellis, active in Ghent, The Hague and Diest: a forgotten musical dynasty and their musical biotope," in Yearbook of the Alamire Foundation, 4, Leuven-Peer, 2000, p. 69-97. De nummering van de handschriften verwijzen naar de oude nummers die gebruikt werden bij de eerste beschrijving van de muziekcollectie in het kader van het RISM A/II project.

4 Een omstandige technisch-wetenschappelijke beschrijving van de handschriften vindt men in V. VERSPEURT, The music material of the Di Martinelli Family Archive, p. 115-119.

5 Corelli's opus 6 van c. 1714 is een uitzondering.

6 Catalogue de la musique, imprimée à Amsterdam, chez Estienne Roger van 1712, bewaard in de Koninklijke Bibliotheek van Kopenhagen. Een transcriptie ervan kan gevonden worden in LESURE, Estienne Roger, p. 48-52.

7 LESURE, Estienne Roger, p. 51. RISM B/II, p. 366, beschrijft deze druk als volgt: Suonate a tre violini e violone e basso continuo di Giovanni Ravenscroft, alias Rederi inglese opera seconda. Seconde édition corrigée ... augmentée de quatre sonates, deux de M.A. Guido & deux de M.P. Marchitelli, Amsterdam, E. Roger, [c.1710].

8 BARATZ, Les oeuvres de Joseph Fiocco.

9 Het handschrift vermeldt ook nog een andere tekstschrijver, maar die naam is moeilijk leesbaar: misschien Charles de Frane?

10 Voor de 17de eeuw: 1691/3; 1692/4-7; 1696/3-4; 1697/3-5 in RISM B/I. Recueils imprimés. XVIe-XVIIe siècles, uitg. dr. F. LESURE, München-Duisburg, 1960. Dat de 17de-eeuwse bundels van Estienne Roger in Amsterdam elk precies 24f. tellen is interessant; dat is namelijk precies de helft van de Di Martinelli-bundel die 49f bevat. Voor de 18de eeuw: RISM B/II, p. 311-316.

11 Dit is een kopie van een deel van Gottfried Fingers op. 1. Zie hiervoor: R.G. RAWSON, "Gottfried Finger and the Di Martinelli music collection at Leuven", in Yearbook of the Alamire Foundation, 4, Peer, 2000, p. 159-163.

12 C. JOHANSSON, Music-Publishing and Thematic Catalogues. 3. Thematic Catalogue 1768-74 in Facsimile, (Publications of the Library of the Royal Swedish Academy of Music, 3), Stockholm, 1972.

13 RISM A/II sigel A Wn: E.M. 156h.

14 RISM A/II sigel GB Lam: MS 173.

15 Haym was een Italiaanse cellist en componist, hij speelde samen met Corelli in het privé-orkest van kardinaal Ottoboni te Rome en werkte later in Londen. In 1705 verbleef hij tijdens de herfst in Amsterdam waar hij de publicatie van Corelli's op. 1-4 verzorgde voor Estienne Roger. Volgens Eitner (R. EITNER, Biographisch-Bibliographisches Quellen-Lexikon, New York, 5, p. 78) was hij na 1710 terug in Nederland. Dit zou de periode kunnen zijn waarin hij zijn eigen sonates aan Roger voorstelde ter publicatie. Deze druk in het Di Martinellifonds werd niet vermeld in de lijst van werken in de grote muziekencyclopedieën. W. DEAN, art. "Haym", in The New Grove Dictionary of Music and Musicians, Londen, 1981, 8, p. 415-416.

16 Mss. nrs. M5, M8 en M12.

17 Ms. nr. 34.

18 Een uitgebreide beschrijving en een facsimile-uitgave van deze vier speelmansboekjes vindt men in T'Haegelant. Vier 18de-eeuwse muziekboekjes uit Diest. Quatre recueils de musique du XVIIIe siècle de Diest. Familiearchief Di Martinelli (P206) KULeuven, Peer, 1995.

19 Uitgegeven door J.L. DE LORME en E. ROGER in 1697 te Amsterdam. RISM VI2, p. 260.

20 RISM VI2: p. 833. Meer informatie kan gevonden worden in: J.E. GARVIN, Violoncello tutors of the eighteenth century and their application to the solo violoncello repertoire, D.M.A. thesis Stanford University, 1978. Een kopie van de druk kan gevonden worden in C.D. GRAVES, The theoretical and practical method for cello by Michel Corrette: translation, commentary, and comparison with seven other eighteenth century cello methods, doctoraatsverhandeling Michigan State University, 1971, 2, p. 261-299. De Engelse versie van deze druk kan in facsimile gevonden worden in: Joseph Bonaventura Tillière. New and complete instructions for the violoncello. The original English edition (Longman & Broderip, London, c. 1790) reproduced in facsimile, with corresponding text from the first French edition (Bailleux, Paris, c. 1775), uitg. dr. P. OBOUSSIER, Exeter, 1988.

21 SCHREURS & HUYBENS, Beknopt overzicht van het muziekleven te Diest in de 18de eeuw, p. vii-xiii.

22 Voor een bespreking hiervan zie: VERSPEURT, The music material of the Di Martinelli family archive, p. 113-115, 118-119.

23 Een uitgebreide discussie van dit handschrift: S. BOORMAN, "The Di Martinelli Violin Manuscript," in Yearbook of the Alamire Foundation, 4, Leuven-Peer, 2000, p. 131-158. x

 




 

 

organisatie | informatie | concertkalender | publicaties | contact | home